Serena Williams investeert in ondernemers die het probleem zelf kennen

Door: Gerson Veenstra

Tijdens de SXSW-sessie 'Breaking Barriers, Building Solutions: Meet the Changemakers Transforming Health Innovation' staat één vraag centraal: hoe ontstaat echte innovatie in de gezondheidszorg? Volgens Serena Williams begint dat bij ondernemers die het probleem van binnenuit kennen.

Williams zit op het podium als investeerder en entrepreneur in residence bij het programma Reckitt Catalyst. Samen met investeerders en ondernemers spreekt ze over een hardnekkig probleem in de Amerikaanse gezondheidszorg. Moderator Catherine Casey Nanda vat het zo samen: "In Amerika bepaalt je postcode vaker je levensverwachting dan je genetische code."

Volgens Williams ligt een deel van de oplossing bij een nieuwe generatie ondernemers die vanuit hun eigen ervaring aan gezondheidsproblemen werken.

'We investeren in ondernemers met een echte connectie'

Williams investeert al meer dan vijftien jaar via haar fonds Serena Ventures. Daar zoekt ze bewust naar ondernemers die een persoonlijke band hebben met het probleem dat ze oplossen. "Wanneer we naar ondernemers kijken, willen we iets authentieks horen", zegt ze. "Je moet een echte connectie hebben met het probleem."

Volgens haar maakt dat het verschil tussen een idee en een missie. Ondernemers zonder persoonlijke betrokkenheid haken sneller af wanneer het moeilijk wordt. Ondernemers met een eigen verhaal blijven doorgaan. "Als iemand een echte connectie heeft, weten we dat ze niet stoppen. Ze blijven op deuren kloppen."

Dat verhaal vormt volgens Williams ook de basis van een sterk bedrijf. Een goede pitch draait niet alleen om cijfers, maar om emotie en overtuiging. "Je wil dat mensen iets voelen wanneer ze je verhaal horen."

Tijdens de sessie maken twee ondernemers duidelijk hoe zo’n persoonlijk verhaal eruitziet.

Een oplossing voor een moederzorgcrisis

Mika Eddy richtte het bedrijf Malama op na drie risicovolle zwangerschappen. Tegelijk groeide ze op met een grootmoeder die gynaecoloog was in Japan. Daardoor zag ze van dichtbij hoe belangrijk goede begeleiding rond zwangerschap is.

In de Verenigde Staten gaat het opvallend vaak mis rond zwangerschappen en bevallingen. Veel complicaties ontstaan juist na de geboorte. "53 procent van de sterfgevallen rond zwangerschap gebeurt in de periode na de bevalling", vertelt Eddy. Toch krijgen veel vrouwen maar één controleafspraak, zes weken na de geboorte. Zeker vrouwen met een lager inkomen vallen daardoor makkelijk buiten beeld.

Met Malama probeert Eddy dat gat te dichten. Haar bedrijf combineert technologie met begeleiding door een lokale doula. Zo krijgen moeders ondersteuning tussen de medische afspraken door, bijvoorbeeld bij gezondheidsvragen of praktische zaken zoals het vinden van een autostoeltje of luiers.

Volgens Williams is dit precies het soort ondernemer waar zij naar zoekt: iemand die het probleem zelf heeft ervaren en daarom gemotiveerd blijft om het op te lossen.

Van verpleegkundige naar AI-bedrijf

Ook Kwame Liddell begon zijn bedrijf vanuit een persoonlijke ervaring. Zijn oom kreeg op jonge leeftijd een zware beroerte en kon daarna niet meer lopen of praten. Later zag Liddell als verpleegkundige steeds opnieuw dezelfde situaties. Veel patiënten werden ziek door omstandigheden buiten het ziekenhuis, zoals gebrek aan voedsel, huisvesting of vervoer.

"Veel patiënten hadden geen extra zorg nodig", zegt hij. "Ze hadden voedsel, huisvesting en transport nodig." Het probleem was dat zorgverleners geen eenvoudige manier hadden om mensen naar bestaande hulp te verwijzen.

Daarom bouwde Liddell Thrivelink. Zijn bedrijf ontwikkelt AI-systemen die mensen telefonisch helpen om toegang te krijgen tot sociale voorzieningen zoals voedselprogramma’s of huisvesting. Die keuze is bewust. "Als iemand een app moet downloaden uit de App Store, dan werkt het niet voor mijn familie", zegt hij.

Het systeem helpt inmiddels duizenden gezinnen en werkt samen met ziekenhuizen en verzekeraars in zeventien Amerikaanse staten.

Investeren betekent ook deuren openen

Voor Williams stopt investeren niet bij geld. Ze ziet het als haar taak om ondernemers actief te helpen groeien. "We schrijven niet alleen een cheque", zegt ze. "We pakken de telefoon, maken introducties en openen deuren."

Dat is volgens haar juist belangrijk voor ondernemers die normaal weinig toegang hebben tot investeerdersnetwerken. Vrouwelijke ondernemers krijgen nog steeds minder dan twee procent van het wereldwijde durfkapitaal. Voor ondernemers van kleur ligt dat aandeel nog lager. Door juist in deze ondernemers te investeren, wil Williams nieuwe oplossingen versnellen.

Innovatie begint bij mensen met ervaring

De sessie laat zien dat veel nieuwe gezondheidsinnovatie ontstaat bij mensen die het probleem zelf meemaken. Ondernemers zoals Eddy en Liddell bouwen oplossingen die aansluiten op de realiteit van patiënten.

Volgens Serena Williams ligt daar een grote kans. Wanneer investeerders luisteren naar ondernemers die persoonlijke ervaringen hebben met het probleem waar ze aan werken, ontstaan oplossingen precies op de plekken waar ze het hardst nodig zijn.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Kasley Killam: nieuw leiderschap begint bij verbinding en sociale gezondheid

Featured Session: Social Health Trends & Predictions: Connection is the New Frontier

Door: Gerson Veenstra

Vorig jaar deed ze de openingssessie: Kasley Killam. Haar bijdrage over sociale gezondheid maakte indruk en heeft me het afgelopen jaar meerdere keren aan het denken gezet als leidinggevende. 

Kasley Killam komt terug naar SXSW met een duidelijke missie. Niet alleen om te vertellen dat sociale gezondheid belangrijk is, maar om het publiek op te roepen verantwoordelijkheid te nemen. "Ik wil dat we de opkomst van sociale gezondheid leiden met integriteit en compassie", zegt ze. 

Killam, auteur van The Art and Science of Connection, stelt dat we gezondheid verkeerd bekijken. "We praten meestal over onze gezondheid als fysiek en mentaal, maar dat is eigenlijk een vergissing", zegt ze. Volgens haar ontbreekt er een derde pijler: sociaal.

De vergeten pijler van gezondheid

Sociale gezondheid gaat over de kwaliteit van je relaties, je gevoel van erbij horen en je verbinding met anderen. Niet als extraatje, maar als basis. Ze onderbouwt dat met onderzoek.

Volgens haar laten duizenden studies zien dat sterke sociale relaties samenhangen met:

  • minder depressieve klachten
  • een sterker immuunsysteem
  • beter cognitief functioneren
  • een lager risico op hartziekten
  • een langere levensduur

Ze maakt de impact concreet met cijfers:

  • Tot 871.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar hangen samen met eenzaamheid en weinig sociaal contact, zegt ze.
  • Mensen zonder sterke familiebanden of frequent sociaal contact hebben tot 53 procent meer kans om te overlijden, ongeacht de oorzaak, zegt ze.

Haar punt is duidelijk: verbinding beïnvloedt niet alleen hoe we ons voelen, maar ook hoe lang en hoe gezond we leven.

Haar voorspelling schuift richting werkelijkheid

Vorig jaar sprak Killam een stevige verwachting uit. "2025 markeert een kantelpunt waarop mensen wereldwijd eindelijk erkennen dat gezondheid niet alleen fysiek en mentaal is, maar ook sociaal", zei ze toen. Ook zei ze dat sociale gezondheid net zo vanzelfsprekend wordt als mentale gezondheid nu is.

Dit jaar laat ze zien waarom ze daar nog steeds achter staat. Ze wijst op signalen die dezelfde kant op wijzen:

  • Google-zoekopdrachten naar 'social health' bereiken een hoogtepunt.
  • Het aantal wetenschappelijke publicaties met die term stijgt.
  • Online gesprekken over sociale gezondheid laten 'explosieve groei' zien, zegt ze.
  • De Wereldgezondheidsorganisatie noemt sociale gezondheid in een recent rapport 'de ontbrekende pijler', zegt ze.

Tegelijk is het begrip nog niet volledig ingeburgerd. Er is bijvoorbeeld nog geen Wikipedia-pagina over. Volgens Killam zitten we rond het kantelpunt: het moment waarop een idee van pioniers naar de grote groep beweegt. En juist daar is leiderschap nodig.

De urgentie in cijfers

Killam laat zien hoe groot de uitdaging is. In de Verenigde Staten zegt zij dat:

  • 16 procent zich altijd of meestal eenzaam voelt
  • 67 procent nooit deelneemt aan clubs of organisaties
  • 20 procent de mensen om wie ze geven slechts nul, één of twee keer per jaar in persoon ziet

Wereldwijd noemt ze onder meer:

  • 1 op de 6 mensen voelt zich eenzaam
  • 5 tot 14 procent voelt zich altijd of vaak eenzaam, afhankelijk van het land
  • 8 procent heeft geen enkele goede vriend

Dat laatste lijkt klein, maar het gaat om miljoenen mensen.

Er zijn ook positieve signalen:

  • 50 procent van de volwassenen voelt zich zelden of nooit eenzaam
  • 90 procent van de mensen wereldwijd zegt iemand te hebben op wie ze kunnen terugvallen
  • Gemiddeld geven mensen hun relaties een 8 op 10
  • 62 procent zegt iemand te hebben die van hen houdt en hen het gevoel geeft gewenst te zijn

Dat laatste cijfer grijpt Killam aan voor haar ambitie. "Ik wil dat 100 procent van de mensen het gevoel heeft dat iemand van hen houdt", zegt ze.

Waar de oproep concreet wordt

Killam richt haar oproep op vier plekken waar mensen veel tijd doorbrengen.

Op school.
"We verplichten gymles. Waarom verplichten we geen verbindingsles?", vraagt ze. Sociale vaardigheden verdienen volgens haar een vaste plek in het curriculum.

Op het werk.
Verbonden medewerkers zijn zeven keer meer betrokken, zegt ze. Toch heeft bijna geen enkel team een strategie voor sociale gezondheid. Daar ligt een directe opdracht voor leiders.

Online.
49 procent van Gen Z heeft al een betekenisvolle relatie met een AI-companion, zegt ze. 37 procent ziet zelfs een romantische relatie met AI voor zich. Technologie moet sociale gezondheid versterken in plaats van ondermijnen, benadrukt ze.

In de buurt.
Lokale initiatieven die mensen fysiek samenbrengen verdienen meer steun. Niet alles draait om apps en platforms.

Meer dan een trend

Aan het einde deelt Killam verhalen van twee vrouwen die naar een bijeenkomst kwamen om nieuwe vrienden te maken. Eén voelde zich ongemakkelijk bij oogcontact na jaren online leven. De ander woonde alleen en had geen vrienden. Zulke verhalen geven haar betoog een menselijk gezicht.

Daarom sluit ze af met dezelfde oproep waarmee ze begon. Nu sociale gezondheid van niche naar mainstream beweegt, vraagt dat om zorgvuldigheid. Om keuzes gebaseerd op bewijs. Om ethiek. Om compassie. "Ik geloof dat we een toekomst kunnen hebben waarin sociale gezondheid zo verweven is in onze cultuur dat niemand zich voelt zoals die vrouwen", zegt ze.

Wat vooral blijft hangen: dit is het moment om op te staan. Niet meegaan in de hype, maar duidelijke keuzes maken. Neem je rol serieus. En zorg dat je deze beweging leidt met eerlijkheid en aandacht voor mensen.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

De vraag is niet of je AI moet gebruiken in het onderwijs, maar hoe je dat goed doet

Featured Session: How to Support Resilient Youth in an AI World

Door: Gerson Veenstra

Wel of geen AI gebruiken? Wie denkt dat dat een serieuze vraag is, heeft het mis. Maar wat wel relevant is: hoe zet je AI op een goede manier in? Rebecca Winthrop, senior fellow en directeur van het Center for Universal Education bij The Brookings Institution, staat op het SXSW-podium met een urgente vraag: hoe zorgen we dat generatieve AI jongeren helpt om te denken, relaties op te bouwen en zich te ontwikkelen, in plaats van dat het hen verzwakt?


In haar sessie deelt ze inzichten uit het rapport 'A New Direction for Students in an AI World: Prosper, Prepare, Protect'. Dat onderzoek bestrijkt 50 landen en bevat gesprekken met 500 leerlingen, ouders, leraren en tech-experts. De centrale boodschap is helder: de vraag is niet of AI thuishoort in het onderwijs. De echte vraag is hoe we AI zo inzetten dat jongeren er sterker van worden.

Winthrop ziet dat generatieve AI zich razendsnel verspreidt. Jongeren gebruiken AI voor schoolwerk, maar ook via sociale media en digitale metgezellen. De scheidslijn tussen leren, ontspanning en sociaal contact vervaagt.

Een verbod op ChatGPT op school biedt weinig houvast als leerlingen overstappen op andere platforms. AI verscheen plots in scholen, zonder uitnodiging of voorbereiding. De technologie kwam niet via een zorgvuldig besluitvormingsproces binnen, maar stond er ineens. Dat maakt het speelveld verwarrend. Voor ouders, voor leraren en zeker voor jongeren zelf.

De kansen: gerichte inzet maakt leren sterker

Het onderzoek laat zien dat AI leren echt kan verdiepen, mits het doelgericht en onder begeleiding gebeurt.

  • AI ondersteunt zelfstandig leren en verdiept begrip bij gerichte inzet
  • Neurodivergente leerlingen krijgen nieuwe mogelijkheden, zoals spraaksynthese voor jongeren met afasie
  • Leraren krijgen betere feedbackinstrumenten en verlichting van administratieve druk
  • AI maakt onderwijs toegankelijk in moeilijke omstandigheden, zoals via WhatsApp-lessen voor Afghaanse meisjes

Hier versterkt AI het leerproces. Het helpt jongeren om sneller en dieper te leren en geeft leraren ruimte om beter te begeleiden.

De risico’s: denken uitbesteden en motivatie verliezen

Het beeld kantelt wanneer AI breed en ongericht wordt gebruikt. Winthrop verzet zich tegen de vergelijking met de rekenmachine. Een chatbot neemt niet één taak over, maar bijna het hele denkproces. Als jongeren AI structureel inzetten om hun denkwerk te doen, ontwikkelen zij minder kritisch denkvermogen.

Creativiteit lijdt daar ook onder. Onderzoek naar duizenden aanmeldingsessays voor universiteiten laat zien dat teksten met AI minder unieke ideeën bevatten. Zonder AI verspreiden ideeën zich breed. Met AI clusteren ze rond dezelfde patronen.

Daarnaast ziet Winthrop sociale en emotionele risico’s:

  • 1 op de 3 tieners in de VS praat even graag of liever met een AI-vriend dan met een mens
  • AI-metgezellen geven altijd gelijk, wat weerbaarheid en omgaan met feedback belemmert
  • Vooringenomenheid in AI-feedback vergroot ongelijkheid
  • Vertrouwen tussen leerling en leraar komt onder druk

Vooral dat laatste baart haar zorgen. Leren draait om vertrouwen tussen leerling, leraar en ouders. Als dat fundament scheurt, verzwakt het hele systeem.

Van ontdekker naar passagier?

Een belangrijk inzicht uit Winthrops eerdere onderzoek gaat over motivatie. Zij onderscheidt vier leerhoudingen:

  • Tegenwerker: ontwijkt of verstoort leren
  • Passagier: doet het minimale zonder echte interesse
  • Presteerder: jaagt op cijfers en erkenning
  • Ontdekker: leert vanuit nieuwsgierigheid en veerkrachtEen technologie die overal tussendoor glipt

Minder dan 4 procent van de leerlingen bevindt zich structureel in de ontdekkershouding. Breed AI-gebruik dreigt meer jongeren in de passagiersstand te duwen. Waarom moeite doen als AI het werk overneemt? Sommige jongeren vragen zich al hardop af wat hun rol nog is als mens.

Op dit moment wegen de risico’s volgens haar zwaarder dan de voordelen. Niet omdat AI per definitie schadelijk is, maar omdat de inzet nog weinig richting krijgt.

Drie duidelijke stappen

Winthrop ziet ruimte om bij te sturen. Het is vroeg in de ontwikkeling van deze technologie. Ze pleit voor drie acties:

  • Ontwerp onderwijs dat nieuwsgierigheid stimuleert en niet simpel door AI te vervangen is
  • Leer jongeren actief hoe zij AI kritisch en ethisch inzetten
  • Stel duidelijke beschermingsregels voor commerciële AI-producten voor kinderen

De kern van haar betoog is nuchter en krachtig. AI verdwijnt niet uit het leven van jongeren. De uitdaging ligt bij volwassenen. Zij bepalen of AI jongeren in een ontdekkershouding brengt, of vastzet in de passagiersstoel. Deze sessie raakt daarom aan meer dan onderwijs alleen. Het gaat over de vraag wie jongeren worden in een wereld waar technologie altijd meespreekt.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Hoe blijven we ertoe doen in het tijdperk van AI?

Keynote: Jennifer B Wallace

Door: Gerson Veenstra

Binnen tien jaar zijn mensen voor de meeste taken niet meer nodig, voorspellen techleiders. Als AI werk overneemt, staat niet alleen productiviteit op het spel, maar ook ons gevoel van betekenis. Het centrale thema van SXSW dit jaar. Tijdens de keynote van vandaag sprak bestsellerauteur Jennifer B. Wallace over wat zij ziet als de kernvraag van deze tijd: hoe zorgen we dat mensen zich van waarde blijven voelen? In haar verhaal over 'mattering' - de menselijke behoefte om van waarde te zijn én waarde toe te voegen - betoogt ze dat dit geen bijzaak is, maar een voorwaarde voor welzijn, verbondenheid en zingeving.


Wallace opent met een herkenbaar beeld. We leven in een tijd van ongekende innovatie, maar grijpen massaal terug naar het verleden. Vinylplaten maken een comeback. Mensen rijden uren voor een Pizza Hut die eruitziet als in de jaren negentig. Wegwerpcamera’s liggen weer in de winkel. "Ik denk niet dat we naar de spullen verlangen", zegt ze. "Wat we missen, is hoe we ons toen voelden."

Het gevoel dat we ertoe doen is geen luxe

Volgens Wallace missen we het ingebakken gevoel van verbondenheid. De vaste kaartavond op woensdag. Het telefoongesprek zonder notificaties. De buur die even binnenloopt. We missen het gevoel dat we ertoe doen. Dat gevoel is geen luxe, benadrukt ze. Het is een fundamentele menselijke behoefte. We willen ons gewaardeerd voelen én weten dat we waarde toevoegen. Evolutionair gezien betekende ertoe doen overleven. Niet meetellen betekende gevaar. Die bedrading zit nog steeds in ons.

Als we ons gewaardeerd voelen, dragen we bij. We verbinden ons. We zetten ons in. Maar als we het gevoel krijgen dat we niet meetellen, lijden we. Dan trekken we ons terug, raken we uitgeput of cynisch. In het ergste geval ontstaat het gevoel van 'useless' en 'worthless', woorden die suïcidale mannen vaak gebruiken om hun pijn te beschrijven.

En daar komt de huidige technologische golf bovenop. "Techleiders voorspellen dat mensen binnen tien jaar voor de meeste taken niet meer nodig zijn", zegt Wallace. "De grootste uitdaging is niet bijblijven met machines, maar het beschermen van die fundamentele menselijke behoefte."

Mattering bestaat uit vier bouwstenen

Wallace maakt het concreet. Psychologen meten mattering met simpele vragen:

  • Hoe belangrijk ben je voor anderen?
  • Hoeveel aandacht geven anderen je?
  • Hoeveel zou je gemist worden als je weg was?
  • Hoeveel zijn anderen van je afhankelijk?
  • Hoeveel laten anderen zien dat ze om je geven?

Scoor je laag, dan is dat geen vast gegeven. "Mattering is niet vaststaand", zegt ze. Je kunt het versterken. Volgens Wallace rust mattering op vier ingrediënten. Samen vormen ze het acroniem S-A-I-D:

  • Significant: je bent uniek en wordt echt gezien.
  • Appreciated: wat je doet en wie je bent maken verschil.
  • Invested in: iemand staat in jouw hoek en gelooft in je.
  • Depended on: anderen hebben je nodig en vertrouwen op je.

Die vier elementen keren steeds terug in haar verhalen.

We verlangen naar aandacht in het kleine

Over 'significant' zegt Wallace dat we ons vooral in het kleine gezien willen voelen, niet om onze prestaties maar om wie we zijn. Echte aandacht voor iemands eigenaardigheden of dagelijkse gewoontes maakt dat iemand zich uniek en belangrijk voelt. Geen promotie of prijs. Wel de buur die soep brengt als je ziek bent. Of de collega die na een zware week even belt. "Mattering leeft in de details van ons dagelijks leven", zegt Wallace.

Ze vertelt over een man die een prijs ontving. De opsomming van prestaties deed hem weinig. Maar toen een collega hem na afloop een grote pot M&M’s gaf, zijn vaste middagsnack, brak hij. "Het zei: we zien je. We kennen je." Toch maken we het onszelf moeilijk. We leven volgens wat Wallace de 'Three Great Lies' noemt:

  • Ik ben wat ik heb.
  • Ik ben wat ik doe.
  • Ik ben wat anderen van mij vinden.

Die overtuigingen voeden perfectionisme. Maar perfectie schept afstand. "Het is onmogelijk om echt verbinding te voelen met iemand die zich verstopt achter een perfect masker." Wie zich significant wil voelen, moet iets van zichzelf laten zien. En wie een ander dat gevoel wil geven, moet echt opletten. Wat pakt iemand elke middag om drie uur? Waar licht iemand van op?

Waardering is geen HR-slogan

Over 'appreciated' benadrukt ze dat mensen pas echt betrokken raken als ze zien welk verschil hun inzet maakt. Waardering wordt krachtig wanneer je concreet benoemt hoe iemands kwaliteiten bijdragen aan het geheel. Op de werkvloer gaat het vaak mis. Zeventig procent van de werknemers voelt zich niet betrokken, blijkt uit onderzoek dat Wallace aanhaalt. Niet omdat mensen lui zijn, maar omdat ze het verschil niet zien dat ze maken. 

Ze vertelt over een fabriek waar bij elke werkplek een kaart hangt. Op die kaart staat niet alleen welk onderdeel iemand maakt, maar ook een foto en verhaal van de persoon die het eindproduct gebruikt. Zo ziet elke medewerker voor wie hij of zij het doet. Ook kleine interventies werken. In een non-profit hingen post-its op deuren van sociaal werkers met dankwoorden van cliënten. De collega’s van administratie hadden lege deuren. De directeur hing bij de ingang een bord: "Vertel iemand hoe hij of zij het verschil maakt." Al snel verschenen ook daar briefjes.

Die waardering richtte zich niet alleen op wat iemand deed, maar op wie iemand is. "Dankzij jouw vasthoudendheid." "Door jouw creativiteit." Het effect is meetbaar. Medewerkers die specifieke en betekenisvolle feedback krijgen, zijn 48 procent minder vaak actief op zoek naar een andere baan en tot vijf keer meer betrokken. Wat op het werk gebeurt, blijft niet op het werk. Wie zich ondergewaardeerd voelt, neemt dat gevoel mee naar huis. Maar het omgekeerde geldt ook.

Iedereen heeft een cornerman nodig

Het derde element, 'invested in', legt Wallace uit via het beeld van een bokser en zijn cornerman. De persoon in de hoek van de ring die zegt: je kunt dit. Ze vertelt het verhaal van Rayhaan, die bij de vuilnisdienst werkte en zich soms onzichtbaar voelde. Toen een moeder tegen haar kind zei: "Zorg dat je niet eindigt als die mannen", raakte dat hem diep. Maar collega’s bleven hem aansporen om te studeren. Ze regelden zelfs een afspraak met een decaan.

Rayhaan ging naar college, daarna naar de universiteit en uiteindelijk naar Harvard Law School. Later startte hij een initiatief om schoonmakers en kantinepersoneel op de campus publiekelijk te waarderen. "Mattering verspreidt zich", zegt Wallace. Wie iemand in zijn hoek heeft, leert zelf ook in de hoek van een ander te staan.

Afhankelijkheid als kracht

Het laatste element, 'depended on', schuurt misschien het meest in een tijd waarin we alles uitbesteden. Wallace noemt voorbeelden van mensen die via apps iemand inhuren om een pakketje binnen te zetten of kattenbak te verschonen. "Is er geen buur die dat vijf minuten kan doen?", vraagt ze zich hardop af.

We vermijden het gevoel een last te zijn. Maar juist kleine verzoeken bouwen relaties. Ze maken ons veerkrachtiger. "We kunnen onszelf niet naar veerkracht self-caren", zegt Wallace. Veerkracht ontstaat in relaties.

Ze sluit af met een scène in de trein. Een boze man schreeuwt tegen niemand in het bijzonder. De conducteur loopt rustig naar hem toe en vraagt: "Gaat het? Heb je iets nodig?" De spanning zakt. Volgens Wallace stelde die man eigenlijk één vraag: zie je mij? Hoor je mij? Doe ik ertoe? Sindsdien stelt zij zich bij elke ontmoeting een denkbeeldig bordje voor op iemands borst: vertel me, doe ik ertoe?

De kern: bescherm wat ons mens maakt

In een tijd waarin efficiëntie en technologie de toon zetten, wijst Wallace op iets fundamentelers. We hebben het gevoel nodig dat we gezien, gewaardeerd, gesteund en gemist worden. Dat vraagt geen groot programma. Het vraagt aandacht. Een pot M&M’s. Een post-it. Een vraag op het juiste moment.

De boodschap van haar keynote is helder: als we bouwen aan de toekomst, bouw dan ook aan culturen waarin mensen voelen dat ze ertoe doen. Want elke keer dat je een ander laat voelen dat hij of zij ertoe doet, versterk je ook je eigen gevoel van betekenis.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

'Homepages zijn dood': waarom een vertrouwensband het enige wapen is tegen algoritmes

Featured Session: Strategy in the Times of Chaos: Imagining Futures of Education

Door: Gerson Veenstra

Deze sessie op dag één van SXSW voelt anders dan veel gesprekken van eerdere jaren. Waar panels vaak voorzichtig blijven, klinkt hier openlijke, harde kritiek. Niet alleen op Donald Trump, maar ook op grote techbedrijven en de mensen die ze leiden. Tara Palmeri, journalist en maker van een eigen mediaplatform, spreekt op het podium met Imran Ahmed, CEO van het Center for Countering Digital Hate (CCDH). Samen zetten ze één grote vraag centraal: wie bepaalt wat waar is, in een wereld waar algoritmes bepalen wat je ziet?

Het gesprek gaat daarna snel de diepte in. Niet abstract, maar concreet. Over macht. Over geld. Over journalistiek die zijn vaste grond onder de voeten verliest.

De homepage is dood

Palmeri zegt het zonder omweg: "Homepages? Die doen er niet meer toe. Ze zijn dood." Misschien nog bij een paar grote titels, zegt ze. Maar voor het grootste deel van de media geldt: het publiek komt niet meer via de voorpagina binnen. Het komt via een persoonlijke feed. Via Google. Via Instagram. Via X. Via Substack.

Ahmed vat die verschuiving helder samen: nieuws is verhuisd van gedeelde voorpagina’s naar gepersonaliseerde tijdlijnen. Dat betekent dat we niet meer samen naar dezelfde startpagina kijken. Iedereen ziet een andere selectie, een andere volgorde, een andere werkelijkheid.

Journalistiek moet opnieuw leren vertrouwen bouwen

Volgens Palmeri heeft dat grote gevolgen voor haar vak. Als journalist kun je deze omwenteling maar op één manier overleven. "De enige manier om deze verstoring te overleven, is door een directe vertrouwensrelatie met je publiek op te bouwen. Er is geen andere manier."

Mensen vertrouwen instituties minder. En vaak met reden, zegt ze. Dat legt een nieuwe verantwoordelijkheid bij journalisten. "Het is nu onze taak om dat vertrouwen actief te onderhouden. Zorgen dat onze informatie klopt. Dat die geverifieerd is. Dat mensen weten dat ze bij jou de eerlijkste versie van de waarheid krijgen."

Dat vraagt om transparantie. Laten zien hoe je werkt. Hoe je bronnen controleert. Hoe een verhaal tot stand komt. Iets wat in grote nieuwsorganisaties niet altijd zichtbaar was. Ze ziet die druk niet als iets negatiefs, maar als de juiste opdracht.

Maar het systeem beloont iets anders

Tegelijk botst dat ideaal met de realiteit van het algoritme. "Het is een vreselijk gevoel", zegt ze. "Je kunt zelf bepalen wat waar en nieuwswaardig is, maar het algoritme bepaalt wat mensen echt te zien krijgen." 

Ze kan een maand werken aan een onderzoeksverhaal. Het publiceren op Substack. "Misschien is het een uur van mij", zegt ze. Daarna pakken accounts met miljoenen volgers het op. Zij geven er meer emotie aan. Meer woede. En dan is het hun verhaal. "Het is niet langer van mij. Ik krijg de algoritmische beloning niet. Geen extra abonnees. Geen nieuwe volgers."

En ondertussen runt ze een bedrijf. Ze moet abonnementen verkopen. Ze moet groeien. Onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. En levert niet altijd direct iets op. Ze relativeert het ook: vroeger kon een zender een scoop brengen en een andere zender nam het binnen een uur over. Dan wist niemand meer wie het als eerste had. Maar als onafhankelijke journalist voel je dat veel directer.

Zichtbaarheid wint van nuance

Volgens Ahmed draait het hele systeem om aandacht. Platforms verkopen advertentieruimte. Je inhoud interesseert ze niet. Ze willen je aandacht. En nog scherper: jouw stem is voor hen niet relevant. Je bent geen burger in een democratisch debat, maar een datapunt in een verdienmodel.

Wie aandacht trekt, wint. Niet wie het meest zorgvuldig werkt. "Het enige dat telt is zichtbaarheid. Want met zichtbaarheid komt normalisering." Wat vaak genoeg verschijnt, voelt normaal. En wie online reageert op extreme uitspraken, maakt ze groter. Verontwaardiging voedt het algoritme.

Daarom verliest nuance het van emotie. Ahmed illustreert die macht met Facebook na 6 januari. De negativiteit van de feed ging tijdelijk omlaag. Minder boosheid. Minder extreme content. Maar toen mensen minder tijd doorbrachten op het platform, ging de knop weer omhoog.

Zijn vraag blijft hangen: kun je je voorstellen dat je de macht hebt om de werkelijkheid voor honderden miljoenen mensen anders te laten voelen, simpelweg door aan een knop te draaien?

Journalistiek als tegenmacht

Toch blijft Palmeri geloven in haar rol. "Ik zie dit echt als publieke dienst." Ze krijgt advies om sensationeler te werken. Meer spektakel. Meer shock. Maar ze weigert. "De wereld heeft geen behoefte aan nog meer rommel."

Ahmed reageert met een zin die zwaar in de zaal hangt. Hij zegt dat hij bang is dat dit de laatste generatie journalisten is die echt om de waarheid geeft. Het klinkt somber. Maar het klinkt ook als een oproep om het vak serieus te nemen.

Een scherpe aftrap

Als eerste sessie zet dit gesprek meteen een duidelijke toon. Geen techno-optimisme, maar een kritische blik op macht en afhankelijkheid. Openlijke kritiek op Trump. Openlijke kritiek op techleiders. En een heldere boodschap: de homepage is dood, het algoritme regeert.

Wie bepaalt wat zichtbaar is, beïnvloedt wat als waar voelt. Dat is de realiteit waarmee SXSW van start gaat.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga