Een ontmoeting met de man aan wie ik mijn leven te danken heb: de bedenker van immunotherapie

Door: Gerson Veenstra

"Een wonder van de immunotherapie." Zo omschreef mijn oncoloog het vorige week, toen op de laatste scan amper nog kanker te zien was. Gisteren een jaar geleden hoorde ik iets heel anders: "Je hebt nog 6 weken te leven." De oncoloog had er geen vertrouwen in dat behandeling nog iets kon doen, gaf hij vorige week toe. Maar ik ben er nog. Allemaal dankzij immunotherapie. Hoe fijn dat ik vandaag de bedenker mocht ontmoeten en hem persoonlijk kon bedanken voor zijn goede werk: Dr. James Allison (Jim). 

Toen Merlijn Passier me op deze sessie wees, twijfelde ik. Werd dit niet te confronterend? Maar ik ben zo blij dat ik ben gegaan. Voordat de sessie begon had ik even de tijd om met hem te praten. Hij omhelsde me. En hij was hoopvol. "Het eerste jaar is het zwaarst. En als je 3 jaar hebt overleefd, maak je een hele goede kans om het te overleven." Deze ontmoeting vergeet ik nooit meer. 

Nu ben ik me er ontzettend van bewust dat het ook weer heel snel de andere kant op kan gaan. Maar ik ontmoette ook Sharon Belvin, net als ik ook een patiënt met melanoom stadium 4. Zij was 22 jaar geleden de eerste patiënt die de immunobehandeling kreeg. En ze is er nog steeds. Kankervrij. Wat een prachtig resultaat. 

In deze sessie kijkt Nobelprijswinnaar James Allison samen met arts en onderzoeker Padmanee Sharma terug op de ontdekking van immunotherapie en vooruit naar de volgende stap. TIME-journalist Alice Park leidt het gesprek. Sharon Belvin zit erbij als patiënt die al 22 jaar leeft na een fase 1-studie. De rode draad is helder: eerst kwam het fundamentele inzicht in hoe T-cellen werken, daarna volgde de doorbraak in de kliniek. Nu gaat het gesprek over de vraag hoe die aanpak meer soorten kanker bereikt.

'De superheld van je lichaam'

Sharma legt uit dat het immuunsysteem voortdurend door het lichaam beweegt en beslist wat er wel en niet thuishoort. "De superheld van je lichaam is het immuunsysteem", zegt ze. De eerste checkpointtherapie grijpt aan op T-cellen. Die cellen herkennen afwijkingen, maar hebben ook een rem. Volgens Sharma ontstond de doorbraak pas toen duidelijk werd hoe die rem werkt en hoe je die tijdelijk blokkeert zodat T-cellen langer doorgaan met het aanvallen van kanker.

Ze gebruikt daarbij een simpel beeld: een T-cel heeft een soort contactslot en gaspedaal, maar ook een rem. Juist dat laatste bleek bepalend. Zonder dat inzicht liepen eerdere vormen van immunotherapie vast. Volgens Sharma probeerden onderzoekers T-cellen wel te activeren, maar wisten ze nog niet dat die cellen vanzelf ook weer werden afgeremd.

Eerst de biologie begrijpen

Allison vertelt dat zijn motivatie persoonlijk is. Zijn moeder overleed aan lymfoom toen hij tien was. Ook andere familieleden kregen kanker. Hij zag van dichtbij wat bestraling en chemotherapie deden. "Kanker was verschrikkelijk", zegt hij. Ook de behandelingen maakten grote indruk op hem.

Tijdens zijn studie raakte hij gefascineerd door T-cellen. Hij besloot kanker even los te laten en eerst de basis te begrijpen. Jarenlang werkte hij aan dezelfde vragen: hoe herkennen T-cellen iets afwijkends, hoe worden ze geactiveerd en hoe stoppen ze weer? Pas daarna kwam de stap naar kankertherapie.

Volgens Allison liep hij lang tegen scepsis aan. Bedrijven en onderzoekers wilden er niet aan. Hij zegt dat het vier tot vijf jaar duurde voordat iemand het aandurfde om deze nieuwe therapie in patiënten te testen. Uiteindelijk gebeurde dat via het kleine bedrijf Medarex, niet via de grote farmabedrijven.

De eerste resultaten bij patiënten

Sharma werkte destijds bij Memorial Sloan Kettering en hielp mee met het opzetten van de eerste klinische studie. Zo’n fase 1-studie draait normaal vooral om veiligheid. Grote verwachtingen over effect zijn er meestal niet. Toch zagen artsen opeens scans waarop tumoren verdwenen.

Sharma beschrijft dat moment heel concreet: patiënten bij wie eerdere behandelingen niet werkten, zagen ziekte in longen, lever en lymfeklieren verdwijnen op een volgende scan. "De behandelingen faalden de patiënten", zegt ze. Ze wil daarmee benadrukken dat niet de patiënt faalt, maar de therapie.

Sharon Belvin vertelt hoe ze op haar 22e stadium 4-melanoom kreeg, met uitzaaiingen naar longen, lymfeklieren en later ook de hersenen. Eerst kreeg ze maandenlang zware chemotherapie. "Het was afschuwelijk", zegt ze. Ze probeerde daarna vrijwel alles wat beschikbaar was. Toen haar arts Jedd Wolchok haar de studie met checkpointremmers voorlegde, tekende ze meteen. Ze zegt: "Als ik deze therapie niet deed, dan was ik er niet meer geweest."

Na een paar behandelingen volgde de eerste scan. De radioloog belde haar oncoloog om te checken of het echt om de juiste patiënt ging. Belvin: "Mijn tumoren waren in totaal met 60 procent geslonken." Ze noemt dat moment nog altijd onwerkelijk. Voor het eerst in anderhalf tot twee jaar kreeg ze goed nieuws.

Van muizen naar mensen

Ook voor Allison was dat een kantelpunt. Hij had in muizen al gezien dat de aanpak werkte, maar een patiënt ontmoeten was iets anders. Toen hij Belvin voor het eerst zag, vloog ze hem om de hals. Allison zegt dat zijn hele wereld toen veranderde. "Dit is waar ik het voor deed."

Volgens Sharma herschreef immunotherapie ook het beeld van uitgezaaide kanker. Artsen leerden lang dat stadium 4 bij vaste tumoren meestal niet te genezen is. Door immunotherapie ziet ze nu patiënten die tien of twintig jaar later nog terugkomen voor een jaarlijkse scan en intussen een vol leven leiden.

Allison noemt melanoom het eerste grote succes. Vroeger leefde de helft van de patiënten ongeveer zeven maanden en was vrijwel iedereen binnen vijf jaar overleden. Nu leeft volgens hem meer dan de helft tien jaar na de diagnose nog. Met behandeling voor en na een operatie loopt dat in vroege studies op tot ongeveer 75 procent.

Waarom het nog niet voor iedereen werkt

Toch zegt niemand op het podium dat het werk af is. Allison schat dat immunotherapie nu bij ongeveer 30 procent van alle kankersoorten inzetbaar is. Sharma zegt dat over alle solide tumoren heen ongeveer 30 tot 40 procent van de patiënten reageert. Bij melanoom ligt dat hoger. Bij glioblastoom is het volgens haar nul.

De volgende stap ligt daarom in combinaties. Sharma zegt dat onderzoekers per tumorsoort veel preciezer moeten kijken welke cellen en mechanismen een rol spelen. Bij de ene kanker gaat het meer om myeloïde cellen, bij de andere om microgliacellen, fibroblasten of eigenschappen van de tumor zelf. De vraag is telkens: welke extra rem of route moet je naast checkpointtherapie aanpakken?

Allison voegt toe dat tumoren met weinig mutaties, zoals alvleesklierkanker en glioblastoom, vaak moeilijker reageren. Het immuunsysteem heeft daar minder afwijkingen om op aan te grijpen. Hij zegt dat onderzoekers daarom zoeken naar combinaties met bijvoorbeeld een beetje chemo of een operatie, zodat tumorcellen vrijkomen en een immuunreactie op gang brengen.

Vaccins en AI

In het gesprek gaat het daarna over kankervaccins. Sharma zegt dat artsen na een operatie het verwijderde tumorweefsel kunnen sequencen. Op basis daarvan is een vaccin te maken dat is afgestemd op mutaties in juist die tumor. In combinatie met immunotherapie moet dat de kans op terugkeer verkleinen. Grotere studies lopen nog.

Ook AI komt langs. Sharma verwacht dat AI helpt om patiëntmonsters sneller te analyseren, patronen tussen patiënten te vinden en nieuwe medicijnen sneller te ontwerpen. Volgens haar ligt de volgende stap in het slimmer combineren van biologie, data en behandeling. Op het podium zit intussen ook het resultaat van de eerste doorbraak nog altijd naast haar: Sharon Belvin, 22 jaar na haar behandeling.

Wie dit leest en zich afvraagt wat mijn persoonlijke verhaal is, in deze LinkedIn-post kun je het lezen

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga