'AI wordt pas echt slim als we menselijkheid serieus nemen'

Door: Gerson Veenstra

Hoe houden we de toekomst van AI mensgericht? Dat is het centrale thema van SXSW dit jaar en dit komt in veel sessies terug. Deze keynote mag je dan ook gerust zien als een van de belangrijkste dit jaar. Niet omdat het per se ook de leukste is, of omdat er niks meer is dan dat, maar omdat het hier nu echt om draait. De sessie maakt het alleen niet helemaal waar. 

In deze keynote staat AI-wetenschapper, ondernemer en investeerder Rana el Kaliouby centraal. In gesprek met journalist Bob Safian zet zij een duidelijke lijn uit: AI draait nu vooral om rekenkracht, snelheid en productiviteit, maar dat is niet genoeg. Wie de toekomst van AI goed wil vormgeven, moet ook kijken naar emoties, relaties, context en menselijk gedrag. Haar belangrijkste punt is helder: AI hoeft de mens niet kleiner te maken, maar dat gebeurt wel als we technologie alleen bouwen op efficiëntie en macht.

AI is slim, maar begrijpt mensen nog amper

El Kaliouby kijkt al jaren naar een vraag die nu urgenter voelt dan ooit: hoe maak je technologie menselijker? Volgens haar ligt daar precies het probleem van dit moment. AI wordt snel beter in taken die draaien om kennis en analyse, maar blijft zwak in alles wat met menselijke gevoeligheid te maken heeft.

Ze zegt daarover: "We hebben enorm veel vooruitgang geboekt in AI aan de IQ-kant, in de cognitieve vermogens en de cognitieve intelligentie van machines. Maar om tot echte artificial general intelligence te komen, hebben we absoluut technologie nodig die ook emotionele en sociale intelligentie heeft."

Dat is een belangrijk onderscheid. Veel AI-systemen reageren vooral op woorden. Ze letten op wat iemand zegt, maar niet op hoe iemand iets zegt. Terwijl juist daar veel menselijke communicatie zit. El Kaliouby noemt dat ook letterlijk: "Slechts 7 procent van hoe we communiceren is de keuze van woorden. 93 procent is non-verbaal." Gezichtsuitdrukking, stem, lichaamshouding en context doen dus het meeste werk. En precies dat deel mist vaak in de AI van nu.

Daarmee raakt ze aan een groter punt. Als AI steeds vaker een rol krijgt in werk, zorg, onderwijs en dagelijks leven, dan gaat het niet alleen om goede antwoorden. Dan gaat het ook om timing, toon, vertrouwen en begrip. Een systeem dat alles 'weet', maar mensen niet aanvoelt, schiet dan alsnog tekort.

De grote fout: bouwen voor functionaliteit, niet voor mensen

El Kaliouby maakt dat heel concreet met een voorbeeld uit de wereld van humanoïde robots. Die machines worden technisch steeds indrukwekkender. Ze pakken taken op, bewegen zelfstandig en nemen werk uit handen. Toch ziet zij daar ook een blinde vlek.

Over veel van die robots zegt ze: "Ze zijn groot en eng en ze weten niet echt hoe ze met mensen moeten omgaan." Dat is een scherpe observatie, omdat het laat zien waar de prioriteit nu vaak ligt. Bouwers richten zich op wat een systeem doet. Veel minder op hoe een mens zich voelt naast dat systeem.

Dat is precies de kern van haar verhaal. Technologie komt niet in een leegte terecht. Die belandt in huizen, werkplekken, ziekenhuizen en scholen. Dan doet ontwerp ertoe. Dan doet gedrag ertoe. Dan doet menselijke ervaring ertoe.

Daarmee zegt ze ook iets over macht. Wie AI bouwt, bepaalt welke waarden erin terechtkomen. En als de bouwers vooral kijken naar prestatie, schaal en snelheid, dan krijgt de samenleving systemen die daar ook op draaien.

AI moet ons versterken, niet vervangen

El Kaliouby kiest duidelijk niet voor angst. Ze schildert geen doemscenario waarin mensen overbodig raken. Ze ziet juist veel economische en maatschappelijke waarde in AI. Maar die waarde krijgt pas richting als de inzet helder is.

Ze vat haar eigen uitgangspunt zo samen: "AI moet onze vermogens niet vervangen. Het moet echt versterken en uitbreiden wat we doen."

Dat klinkt eenvoudig, maar het is een principiële keuze. In haar ogen hoort AI saaie, repetitieve en gevaarlijke taken over te nemen, niet alles wat mensen betekenis geeft. Daarom noemt ze ook een voorbeeld van robots die worden ingezet voor scheepslassen. Dat is zwaar en gevaarlijk werk, en er zijn te weinig mensen die dat willen doen. Daar past automatisering dus goed.

Maar el Kaliouby trekt daar niet de conclusie uit dat elke menselijke taak dan maar door machines moet worden overgenomen. Haar punt is juist dat we scherper moeten bepalen wat werk menselijk maakt. Zodra AI meer routinewerk oppakt, komt de vraag op tafel waar mensen zelf hun waarde blijven toevoegen. Niet aan de rand, maar in de kern.

De echte winst zit niet alleen in productiviteit

Wat deze sessie sterk maakt, is dat el Kaliouby AI niet alleen als economische machine neerzet. Ze koppelt de technologie ook aan menselijke ontwikkeling. Ze zegt dat AI de kans biedt om "menselijk potentieel te ontsluiten" en om grote maatschappelijke problemen aan te pakken.

Dat maakt haar verhaal breder dan de bekende discussie over tools, startups en investeringen. Ze kijkt ook naar gezondheid, werk en duurzaamheid. Daar ziet ze toepassingen die echt iets veranderen, juist als AI niet alleen wordt ingezet om sneller te werken, maar ook om beter te leven.

Tegelijk blijft ze kritisch op de manier waarop de sector zichzelf meet. Nu tellen vooral benchmarks die draaien om kennis, logica en prestaties. Volgens haar missen we nog iets essentieels. "We bouwen alleen waar we op meten", zegt ze. Daarom pleit ze voor nieuwe maatstaven, die ook kijken naar de emotionele intelligentie van AI.

Dat is een belangrijk punt, omdat het laat zien waarom veel mooie woorden over "mensgerichte AI" nog weinig effect hebben. Zolang succes alleen wordt afgemeten aan snelheid, juistheid en schaal, blijft empathie bijzaak.

Deze verantwoordelijkheid ligt nu overal, en daardoor ook nergens

Een van de spannendste lijnen in de sessie gaat over verantwoordelijkheid. El Kaliouby zegt dat we daar allemaal een rol in hebben. Als gebruiker, als investeerder, als maker. "We hebben allemaal een verantwoordelijkheid", zegt ze, omdat we elke dag kiezen welke tools we gebruiken en welke bedrijven we steunen.

Dat is waar, maar in deze keynote schuurt dat ook. Want juist als iedereen verantwoordelijk is, dreigt verantwoordelijkheid vaag te worden. Dan ontstaat het risico dat niemand echt aan zet is.

De sessie geeft daar deels zelf antwoord op. El Kaliouby maakt namelijk ook duidelijk waar echte macht zit: bij de mensen die systemen bouwen, financieren en uitrollen. Zij stelt dat ze als investeerder kritisch kijkt naar vragen rond bias, privacy, veiligheid en gebruik. Als oprichters daar niet serieus over nadenken, stapt zij niet in.

Daarmee wordt haar verhaal sterker. Mensgerichte AI vraagt niet alleen om bewust gebruik, maar vooral om duidelijke keuzes van mensen met invloed. Van oprichters. Van investeerders. Van grote techbedrijven. Van leiders die bepalen wat er wordt gebouwd en waarom.

De mens moet niet slimmer worden dan AI, maar wijzer

Misschien het meest interessante deel van de keynote gaat over wat de mens dan nog toevoegt in een tijd waarin AI steeds slimmer oogt. El Kaliouby sluit zich aan bij een uitspraak van Arianna Huffington dat AI best intelligenter mag worden dan mensen, zolang mensen zelf iets anders verdiepen: wijsheid, intuïtie en innerlijk kompas.

El Kaliouby zegt dat ook zelf heel treffend. Ze wil dat we als mens "verdubbelen op wat ons uniek menselijk maakt". Ze noemt intuïtie en lichamelijke signalen als vormen van intelligentie waar we nu vaak van losgeraakt zijn. Dat is een opvallende gedachte op een techpodium, maar juist daarom blijft die hangen.

Ze zet daarmee een ander mensbeeld neer. Niet de mens als rekenmachine die moet concurreren met AI, maar de mens als sociaal, voelend en belichaamd wezen. Daar zit volgens haar geen zwakte, maar juist onze onderscheidende kracht.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Jon Youshaei laat zien dat viral gaan met een video geen trucje is, maar een systeem: zijn 8 tips

Door: Gerson Veenstra

Wat zorgt ervoor dat een social video een hit wordt? Het is een vraag waar veel mediamakers mee worstelen. Jon Youshaei zegt dat hij de 'viral code' heeft gekraakt. En toch zegt hij ook: "Maar als ik heel eerlijk ben: ik krijg nog steeds kippenvel elke keer als ik op de uploadknop klik." Tegelijk legt hij de lat hoog: "Ik wil dat dit jullie beste sessie deze SXSW wordt." 

Youshaei weet waar hij over praat. Hij werkte vijf jaar bij YouTube en drie jaar bij Instagram. Daarna werd hij zelf maker. In deze sessie deelt hij geen algemeen verhaal over 'authentiek zijn' of 'consistent postenc, maar een reeks concrete lessen voor video's die aandacht trekken en blijven hangen. Zijn centrale punt: goede content begint niet bij geluk of inspiratie, maar bij een herhaalbaar proces.

Geen inspiratieprobleem, maar een formatprobleem

Volgens Youshaei maken veel mensen content zonder scherp idee van vorm, platform of haakje. Daardoor plaatsen ze video's op de verkeerde plek, missen ze spanning in de opening of blijven ze te lang sleutelen aan iets dat al lang live had kunnen staan.

Hij bouwt zijn sessie op als een praktische handleiding. Dit zijn de acht tips die hij uitwerkt.

1. Gebruik 'visual anchors'

Volgens Youshaei maken veel mensen video's van ideeën die eigenlijk beter werken als artikel of post. Een onderwerp is pas echt geschikt voor video als er iets in zit dat je direct kunt laten zien. Hij noemt dat een 'visual anchor': een beeld of situatie die het verhaal meteen tastbaar maakt.

Hij geeft het voorbeeld van inflatie in Venezuela. De zin 'inflatie in Venezuela is hoog' zegt weinig. Maar zodra je laat zien dat mensen van waardeloos geworden bankbiljetten kunstobjecten maken, voelt het onderwerp ineens concreet. Dat beeld trekt kijkers het verhaal in.

De les:

  • Niet elk goed idee is automatisch een goede video
  • Video werkt het best als beeld een deel van het verhaal vertelt
  • Een sterk visueel moment trekt mensen sneller een onderwerp in

2. Test je idee met de 'napkin test'

Om te bepalen of een idee genoeg visuele kracht heeft, gebruikt Youshaei een simpele test van maker Cleo Abram. Stel: je legt een idee uit aan een vriend in een koffiezaak. Wat gebeurt er?

  • Moet je iets tekenen op een servet om je punt te maken?
  • Pak je je telefoon erbij om een foto te laten zien?
  • Zeg je steeds "dit" of "dat" terwijl je ergens naar wijst?

Als dat gebeurt, zit er waarschijnlijk een visual anchor in je idee. Dan werkt video goed. Gebeurt dat niet, dan werkt tekst vaak beter.

Hij koppelt dat meteen aan platformkeuze:

  • Veel visual anchors: eerder een YouTube-video
  • Een paar visual anchors: eerder een Reel, TikTok of Short
  • Geen visual anchors: eerder LinkedIn, X of Threads

3. Zoek visual anchors via Reddit

Een praktische tip voor research: gebruik Reddit. Volgens Youshaei laat Reddit vaak vroeg zien waar mensen op aanslaan. Hij haalt een uitspraak aan uit zijn tijd bij Instagram: wat maandag op Reddit verschijnt, staat dinsdag op BuzzFeed en verschijnt woensdag op social media.

Zijn aanpak:

  • Zoek subreddits rond je niche
  • Gebruik zoekwoorden van één tot drie woorden
  • Zet de filter op 'top' en 'all time'
  • Bekijk daarna ook de posts van deze week

Zo zie je welke voorbeelden, beelden of cases al aandacht krijgen binnen je vakgebied. Dat geeft een constante stroom aan ideeën met visueel potentieel.

4. Fix je eerste frame

Volgens Youshaei begint de strijd om aandacht niet in de eerste drie seconden, maar op seconde nul. Het eerste frame moet meteen duidelijk maken waar een video over gaat. Zijn vraag: begrijp je het idee van de video al uit dat eerste beeld? Als dat niet zo is, is het idee vaak nog niet scherp genoeg.

Hij adviseert daarom:

  • Maak het format meteen zichtbaar in beeld
  • Gebruik fysieke objecten om het idee duidelijk te maken
  • Zorg dat kijkers direct snappen wat er gaat gebeuren

In een tijd waarin alles digitaal wordt, pleit hij juist voor analoge elementen zoals prints, kaarten of objecten. Die maken een format sneller begrijpelijk.

5. Zoek naar 'outliers' in jouw niche

Een van zijn belangrijkste groeistrategieën is het zoeken naar zogenaamde outliers: video's die veel beter presteren dan je op basis van het kanaal zou verwachten. Niet alleen kijken naar populaire video's, maar naar video's die extreem veel views hebben in verhouding tot het aantal abonnees van een kanaal.

Zijn methode:

  • Zoek op YouTube met één tot drie woorden rond je onderwerp
  • Sorteer op 'view count'
  • Zet de filter op 'any time'
  • Bekijk daarna hoeveel abonnees het kanaal heeft

Zo ontdek je formats of onderwerpen die uitzonderlijk goed werken. Dat noemt hij het 'second mover advantage'. Je hoeft niet de eerste te zijn. Je moet goed kijken wat werkt en dat slim aanpassen aan je eigen niche. Belangrijk daarbij: kopieer niet letterlijk. Hij noemt het zelf 'copy with taste'.

6. Geef je content één woord

Youshaei raadt makers aan om hun content terug te brengen tot één kernwoord. Dat woord werkt als filter voor alle ideeën. Voor zijn eigen kanaal is dat woord 'masterclass'.

Zijn team stelt bij elk idee dezelfde vragen:

  • Voelt dit als een creators-masterclass of als een gesprek zonder inhoud?
  • Gaan kijkers tips opschrijven tijdens het kijken?
  • Kunnen ze het meteen toepassen?

Als het antwoord nee is, maken ze de video niet. Volgens Youshaei helpt zo'n woord om focus te houden. Het voorkomt dat een kanaal alle kanten op schiet en maakt duidelijk waar je publiek voor komt.

7. Clip je video voordat een ander het doet

We leven volgens Youshaei in het tijdperk van clipping. Lange video's leveren korte clips op die weer verkeer terugbrengen naar het origineel. Zijn advies: knip zelf de beste momenten uit je content voordat anderen dat doen.

De reden:

  • Clips op je eigen kanaal sturen makkelijker door naar je langere video
  • Clips op andere accounts leveren bereik op, maar minder terugkerend verkeer

Hij raadt daarom aan om lange content actief op te knippen in shorts of reels en die bewust te gebruiken om verkeer naar het origineel te sturen.

8. Wees meer Mozart dan Monet

Aan het einde van zijn sessie komt Youshaei terug op zijn eigen perfectionisme. In zijn eerste jaar als fulltime YouTuber plaatste hij maar zes video's omdat hij bleef sleutelen aan details. Dat veranderde toen hij besefte dat grote makers vaak niet succesvoller zijn omdat ze perfecter werken, maar omdat ze meer publiceren.

Hij verwijst naar Mozart, die honderden composities maakte. Veel daarvan zijn vergeten, maar de meesterwerken bleven over. Zijn conclusie: wachten op perfectie remt creativiteit. Zoals hij het zelf zegt: "Perfectionism is procrastination in disguise."

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Wat zou jij een walvis vragen? Of je kat? Dankzij AI is die vraag niet zo gek als het lijkt

Door: Gerson Veenstra

"Misschien kunnen we binnenkort wel met katten praten." Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik dat zinnetje de afgelopen dagen al meerdere keren heb gehoord. En zeg nou zelf: hoe fijn zou het zijn als je niet langer hoeft te gokken wat het beest bedoelt als het weer eens luid miauwend voor je staat? In deze sessie hoop ik erachter te komen hoe snel we zover zijn. 

Maar eerst walvissen. Wie de film 'Finding Nemo' heeft gezien, kent ongetwijfeld de scène waarin Dory walvistaal blijkt te kunnen als ze de weg naar Sidney zoeken. En nou is dat nog een vis, maar kun je je voorstellen dat wij dat als mensen kunnen? Wat zou je een walvis vragen? Als ik de titel van de sessie mag geloven, is dat binnenkort mogelijk. Dankzij AI uiteraard. 

Niet óf, maar hoe dichtbij het is

In deze sessie spreekt Nathan Lump, hoofdredacteur van National Geographic, met David Gruber. Gruber is oprichter van Project CETI, een groot onderzoeksproject dat de communicatie van potvissen probeert te ontcijferen. De grote stelling van de sessie is opvallend direct. Op de vraag of we op het punt staan om met walvissen te communiceren, antwoordt Gruber zonder aarzelen: "Ja."

Dat klinkt eerst nog als een grote belofte. Zeker omdat het begin van de sessie veel tijd neemt voor het verhaal achter het project, de samenstelling van het team en de fascinatie voor walvissen. Interessant, maar pas later wordt het echt scherp. Vanaf het moment dat Lump vraagt hoe het onderzoek werkt, komt de kern boven tafel: hoe dichtbij zijn we echt en wat hebben walvissen - en wij - daaraan?

AI vertaalt nog niets, maar legt wel de basis

Gruber maakt duidelijk dat Project CETI nog niet op het punt staat waarop een mens een gesprek voert met een walvis alsof het een vertaalapp is. Het team bouwt eerst aan iets veel fundamentelers: een systeem dat leert herkennen welke geluiden bij welk gedrag horen.

Daarvoor legt het project een enorme database aan van potvisgeluiden. Onderzoekers volgen walvissen in drie dimensies, meten hoe diep ze duiken, kijken met welke familieleden ze samen zijn en koppelen dat aan hun klikgeluiden. Die aanpak levert veel meer data op dan vroeger. Waar onderzoekers eerst met moeite losse opnames verzamelden, gaat het nu om miljoenen datapunten.

De grote stap zit niet alleen in het verzamelen van data, maar in het leggen van verbanden. Gruber zegt dat het team inmiddels een eerste 'whale language model' heeft gebouwd: een taalmodel voor walvissen. Op basis van geluiden voorspelt dat model al gedrag, zoals een duik. Dat lijkt misschien nog bescheiden, maar het is juist een cruciale stap. Taal gaat niet alleen over klanken, maar ook over betekenis in context.

Zijn vergelijking met baby’s helpt. Mensen leren taal ook niet via een woordenboek. Eerst horen ze klanken, dan koppelen ze die aan situaties, en pas later aan abstracte betekenis. Project CETI pakt de taal van walvissen op een vergelijkbare manier aan.

De eerste betekenis is in beeld

Het meest concrete nieuws uit de sessie: het team heeft volgens Gruber inmiddels een eerste symbool 'gegrond'. In gewone taal: ze hebben een geluid gekoppeld aan een duidelijke betekenis. Dat is 'laten we duiken'.

Dat is belangrijk, omdat hiermee voor het eerst iets zichtbaar wordt van echte betekenis, en niet alleen van patroonherkenning. Gruber zegt ook dat het team in de komende jaren twintig extra symbolen wil koppelen aan gedrag of situatie. Dat klinkt klein, maar in dit onderzoek is het juist groot. Eén betekenis die stevig vaststaat, weegt zwaarder dan honderd wilde aannames.

Ook inhoudelijk schuift het beeld van walvissen op. Het onderzoek laat volgens Gruber zien dat potvissen meer structuur in hun communicatie hebben dan eerder gedacht. Niet een paar vaste klikjes, maar een systeem met meer variatie en opbouw. Hij zegt zelfs dat potvissen dichter bij mensen komen dan welke andere onderzochte diersoort ook, als het gaat om die taalkundige complexiteit.

Dat maakt de kernvraag van de sessie ineens minder sciencefictionachtig. Praten met walvissen voelt nog ver weg als volledig gesprek, maar de eerste echte vertaalslagen liggen al op tafel.

Waarom juist walvissen?

Gruber geeft daar twee antwoorden op. Het eerste is bijna emotioneel. Walvissen spreken tot de verbeelding. Ze leven voor de meeste mensen buiten beeld, maar juist daardoor ook in een soort droomwereld. Ze zijn groot, mysterieus en geladen met verhalen.

Het tweede antwoord is wetenschappelijk. Potvissen leven in hechte familiegroepen met meerdere generaties tegelijk. Ze hebben dus veel sociaal contact, veel kennisoverdracht en veel reden om te communiceren. Hun geluiden hebben bovendien meer structuur dan lang werd gedacht. Dat maakt ze interessant voor taalkundigen en AI-onderzoekers.

Er zit ook nog iets anders onder. Gruber zegt dat dit project niet draait om menselijke nieuwsgierigheid alleen. Het team probeert steeds dezelfde vraag te stellen: helpt dit de walvis? "We vragen ons steeds af: is dit werk in het voordeel van de walvis?" zegt hij. "Als we daar geen ja op kunnen antwoorden, waarom doen we het dan?"

Dat is misschien wel het belangrijkste morele anker van de sessie. De technologie staat niet centraal. De relatie staat centraal.

Wat hebben wij eraan?

Dat antwoord zit vooral in hoe we naar dieren en natuur kijken. Gruber hoopt dat deze technologie mensen dichter bij de levende wereld brengt, juist in een tijd waarin klimaatverandering en natuurverlies voor veel mensen abstract blijven. Hij beschrijft dit onderzoek bijna als een laatste harde pass richting de eindzone: een poging om onze blik net op tijd te kantelen.

De gedachte is simpel. Zodra een dier niet langer alleen een dier is, maar een wezen met een eigen sociale wereld, eigen keuzes en misschien zelfs iets dat op taal lijkt, verandert ook de manier waarop mensen waarde toekennen. Dat gebeurde eerder ook bij walvissen. Lump en Gruber halen aan hoe opnames van bultruggen in de vorige eeuw hielpen om de Save the Whales-beweging op gang te brengen. Begrip leidde daar niet alleen tot bewondering, maar ook tot bescherming.

Als deze stap verder gaat, raakt dat dus niet alleen de wetenschap. Het raakt ook natuurbeleid, dierenrechten en de vraag hoeveel ruimte wij andere soorten geven.

Wat heeft de walvis eraan?

Dat is misschien nog interessanter. Want een gesprek met een walvis is alleen zinvol als het geen trucje voor mensen wordt.

Gruber benadrukt dat Project CETI geen commercieel product bouwt. Het project wil juist voorkomen dat dit soort technologie in de eerste plaats iets van ons wordt. Daarom werkt het team ook aan ethische richtlijnen. Er zijn volgens hem andere groepen die sneller bewegen, maar minder zorgvuldig. CETI probeert juist af te remmen waar nodig en regels af te spreken voordat de techniek verder gaat.

Dat maakt de sessie sterker. De vraag is niet alleen: wat kunnen we technisch? De vraag is ook: hoe gaan we om met een dier zodra we een stukje van zijn taal begrijpen? Luisteren we dan echt? Of gebruiken we die kennis weer vooral voor onszelf?

Dus: praten we binnenkort met walvissen?

Na deze sessie is het eerlijke antwoord: deels, maar nog niet zoals in films.

Nee, we staan niet op het punt om morgen een open vraag aan een walvis te stellen en een netjes vertaald antwoord terug te krijgen. Maar ja, de eerste bouwstenen liggen er wel degelijk. Onderzoekers herkennen patronen, koppelen geluid aan gedrag en hebben minstens één betekenis in beeld. Dat is veel meer dan alleen luisteren naar mysterieuze klikjes.

Voor dieren in het algemeen opent dit ook iets groters. Als deze aanpak werkt bij potvissen, dan verschuift de grens. Dan gaat het niet meer alleen over walvissen, maar over de mogelijkheid dat menselijke taal niet de enige vorm van rijke communicatie is die we ooit echt leren begrijpen.

Deze sessie deed me heel erg denken aan de film 'Arrival'. In de film landen 12 buitenaardse objecten en is de uitdaging uit te zoeken hoe ermee gecommuniceerd kan worden. De taalbarrière verdwijnt. Daar zijn meerdere sprekers het mee eens tijdens deze SXSW. Niet alleen tussen mensen, maar misschien dus ook wel tussen mensen en dieren. 

En wat ik een walvis zou vragen? Of je inderdaad kunt overleven als je wordt opgeslokt door een walvis. En leuk weetje: deze sessie was me vooraf in het schema niet echt opgevallen. Maar omdat de sessie werd genoemd in het openingspraatje van SXSW, werd ik toch nieuwsgierig. Ook dat is SXSW: dat je af en toe verrast wordt. 

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Lisa Kudrow en Michael Patrick King: waarom ongemak vaak de beste comedy oplevert

Tefi Talks Live

Door: Gerson Veenstra

Tijdens een live-opname van de podcast 'Tefi Talks' op SXSW zitten Lisa Kudrow en Michael Patrick King samen op het podium. Kudrow werd wereldberoemd als Phoebe in Friends. King schreef en regisseerde onder meer Sex and the City. Samen maakten ze ook The Comeback, de serie over de wanhopig optimistische actrice Valerie Cherish. Het is voor mij niet de eerste keer dat ik Lisa zie tijdens SXSW. En ook dit keer vond ik haar hilarisch. 

Host Tefi Pessoa praat met hen over hun carrière, cultseries en de soms ongemakkelijke waarheid achter comedy. Het gesprek gaat van improvisatie en sitcoms tot reality-tv en AI. Steeds keert één idee terug: goede comedy ontstaat vaak precies op het moment dat het een beetje schuurt.

Phoebe Buffay begrijpen was hard werken

Tefi vraagt Kudrow hoe het was om Phoebe te spelen in de beginjaren van Friends. Het publiek zag een vanzelfsprekende rol, maar voor Kudrow voelde dat anders. "Phoebe stond totaal niet dicht bij wie ik zelf ben", zegt ze. "Ik had biologie gestudeerd. De wetenschappelijke methode was mijn religie." Phoebe was juist zweverig, impulsief en soms bijna naïef. Daardoor moest Kudrow veel werk doen om elke zin geloofwaardig te maken.

Ze probeerde steeds te begrijpen waarom Phoebe iets zei. Pas later besefte ze dat dat proces ook weer losgelaten kon worden. Die les kwam van collega Matt LeBlanc. "Hij zei: 'Je hoeft dat werk niet meer te doen. Je hebt haar. Ze zit al in je.'" Vanaf dat moment begon het personage vanzelf te voelen.

Improvisatie als basis van alles

Zowel Kudrow als King begon bij improvisatiegroep The Groundlings in Los Angeles. Dat blijft volgens hen de basis van hun werk. "De reden dat improvisatie zo'n goede oefening is voor acteurs, is dat je moet luisteren", zegt Kudrow. "Je luistert en reageert."

King ziet dat ook terug in hun samenwerking. In de schrijverskamer van The Comeback ontstonden veel ideeën doordat Kudrow al in het personage Valerie kruipt. Schrijvers noteren wat er gebeurt en bouwen dat later uit tot scènes. Voor het publiek lijkt het dan alsof Kudrow improviseert. In werkelijkheid staat bijna alles precies in het script.

Wanneer Sex and the City ineens groter werd

Tefi vraagt King wanneer hij doorhad dat Sex and the City iets bijzonders werd. Voor hem gebeurde dat al vroeg, tijdens een scriptlezing. In een scène praten de personages openlijk over seks. De actrices werden rood en moesten lachen terwijl ze het speelden. "Ik dacht: als dit werkt, dan is dit een soort energie die besmettelijk is", zegt hij.

Volgens King was het niet dat televisie nog nooit over seks sprak. Het verschil zat in de toon. "Seks was vaak tragisch op televisie. Maar in een komische vorm, en door slimme vrouwen, dat had je nog niet echt gezien." Toch duurde het even voordat het publiek volgde. In de eerste seizoenen wisten veel mensen niet eens wat voor serie het was. Pas rond seizoen drie sloeg het echt aan.

Waarom The Comeback reality-tv zo scherp aanvoelde

Het idee voor The Comeback ontstond toen reality-tv net groot werd. Programma's als Survivor, The Osbournes en de show van Anna Nicole Smith trokken veel aandacht. Voor King en Kudrow voelde dat fascinerend en ongemakkelijk tegelijk. "Het voelde gevaarlijk", zegt King. "Mensen gaven hun waardigheid op voor aandacht."

Dat idee werd de kern van Valerie Cherish. Een actrice die zo graag weer gezien wil worden dat ze een realityprogramma over haar eigen leven accepteert. Kudrow en King maakten daarbij een bewuste keuze: Valerie heeft geen geldproblemen. Ze hoeft dit niet te doen. Juist daardoor wordt het pijnlijker. "Het moest duidelijk zijn dat ze dit niet doet om de huur te betalen", zegt Kudrow. "Ze wil gewoon in de spotlight staan."

Waarom ongemak zo goed werkt in comedy

The Comeback voelt anders dan een klassieke sitcom. Er is geen lachband en scènes mogen ongemakkelijk lang doorgaan. Volgens Kudrow geeft dat ruimte om te laten zien wat een personage probeert te verbergen. "Je ziet ook de gedachten waarvan ze denkt dat ze die goed verstopt", zegt ze.

King legt uit dat traditionele sitcoms bijna een reactie afdwingen. "Als je stopt met praten en er komt geen geluid uit het publiek, dan doe je iets verkeerd." Zonder dat publiek ontstaat een andere vorm van humor. Stilte en ongemak worden onderdeel van de grap.

Waarom Valerie Cherish nu nog actueler voelt

De serie keert nu opnieuw terug met een derde seizoen. Tussen elk seizoen zit ongeveer tien jaar. Volgens King is dat geen toeval. De entertainmentwereld verandert steeds compleet in die periode. Het eerste seizoen ging over reality-tv. Het tweede over prestige-tv zonder klassieke grappen.

In het nieuwe seizoen krijgt Valerie een rol in een sitcom die door AI is geschreven. Daarmee raakt de serie opnieuw een grotere ontwikkeling. Volgens King lijkt Valerie tegenwoordig minder extreem dan vroeger. Iedereen bouwt immers zijn eigen imago online. Hij zegt: "Als ik iemand zie huilen op Instagram, denk ik: take twee." Volgens hem zien we zelden het eerste moment. Meestal zien we de derde poging. En precies dat mechanisme zat al in Valerie Cherish.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Zo worden moeilijke gesprekken op het werk makkelijker: 5 tips van Amy Gallo

Featured Session: Why Work Feels So Unfair and How Hard Conversations Help

Door: Gerson Veenstra

Ook Amy Gallo is al jaren een vaste waarde tijdens SXSW. Amy is een expert op het gebied van de werkomgeving. Ze schreef er meerdere boeken over. Dit jaar heeft ze het over moeilijke gesprekken, waarom we die vaak uit de weg gaan en waarom dat een probleem is. 

Ze begint haar verhaal met uitleggen waar het idee voor de sessie van dit jaar ontstond. Tijdens een lunch in Perth, Australië, vangt ze een gesprek op tussen twee mannen. Een van hen vertelt dat hij een baan niet kreeg "omdat ze die aan een vrouw gaven".

Gallo weet natuurlijk niet wat er echt gebeurd is. Maar het moment laat wel iets zien: als managers moeilijke gesprekken vermijden, vullen mensen zelf de gaten in. En die verhalen gaan vaak over bias of oneerlijkheid. "Wanneer we moeilijke gesprekken niet voeren, laten we ideeën over oneerlijkheid groeien", zegt ze.

Waarom stilte op het werk gevaarlijk is

Volgens Gallo vermijden de meeste mensen lastige gesprekken om begrijpelijke redenen. In de zaal noemt het publiek woorden als:

  • angst
  • onzekerheid
  • spanning
  • het gevoel dat het toch niets oplevert

Die reacties herkent ze meteen. Mensen zijn geneigd om harmonie te bewaren op het werk. Een moeilijk gesprek voelt alsof je een relatie beschadigt of een proces vertraagt. Maar zwijgen heeft volgens haar grote gevolgen. Uit onderzoek blijkt dat 85 procent van de mensen problemen op het werk niet durft te benoemen. Daardoor ontstaat een vacuüm waarin mensen hun eigen verhalen maken.

Dat kan gaan over:

  • promoties
  • salarisverhogingen
  • projecten die iemand niet kreeg
  • ideeën die worden genegeerd

Zonder uitleg blijft één vraag hangen: was dit bias, of lag het aan mij? Gallo zegt ook eerlijk dat werk soms echt oneerlijk is. Discriminatie, slechte managers of onzekerheid over AI spelen allemaal een rol. Maar er is volgens haar wel iets waar iedereen invloed op heeft: je stem. "Er is iets wat je wel kunt controleren: of je iets zegt." Daarom deelt ze vijf tips om moeilijke gesprekken beter te voeren.

Tip 1: Zie ongemak niet als mislukking

Veel mensen denken dat een moeilijk gesprek pas geslaagd is als iedereen er goed uitkomt. Volgens Gallo klopt dat beeld niet. Ze vertelt over een collega, Susan, die in vergaderingen steeds ideeën van jongere collega's afserveerde. Twee teamleden vroegen Gallo om haar daarop aan te spreken. Ze bereidde het gesprek zorgvuldig voor, maar het liep volledig mis. Susan ontkende alles.

De volgende dag probeerde ze het opnieuw. Dat gesprek ging zelfs nog slechter. Pas maanden later hoorde Gallo via een collega dat Susan haar feedback juist waardevol vond. Het gesprek had dus wel effect gehad, ook al leek het een complete mislukking.

De les: moeilijke gesprekken voelen vaak rommelig en ongemakkelijk. "Ongemak is een teken dat we moeten reflecteren, niet dat we moeten weglopen."

Tip 2: Stop met de feedbacksandwich

Veel managers gebruiken nog steeds de bekende feedbacksandwich:

  • eerst een compliment
  • dan de kritiek
  • daarna weer iets positiefs

Volgens Gallo werkt dat zelden goed. Mensen horen óf alleen het compliment, óf alleen de kritiek. Daarom stelt ze een alternatief voor: de intentiesandwich.

Die bestaat uit drie stappen:

  • leg uit waarom je de feedback geeft
  • beschrijf concreet de situatie, het gedrag en het effect
  • sluit af met ruimte voor de intentie van de ander

Bijvoorbeeld:

  • "Ik geef deze feedback omdat ik wil dat je succesvol bent in dit team."
  • "In de meeting zei je dat het idee van een collega niet werkte."
  • "Daardoor voelde niemand zich daarna vrij om nog iets te zeggen."

Door ook te zeggen dat het waarschijnlijk niet de bedoeling was, geef je iemand ruimte om te veranderen. Gallo haalt een quote aan van Harvard-professor Frances Frei: "Verdraai de werkelijkheid niet, zelfs niet uit vriendelijkheid."

Tip 3: Draai de transparantieknop verder open

Veel gevoelens van oneerlijkheid ontstaan volgens Gallo door gebrek aan uitleg. Mensen weten niet hoe beslissingen tot stand komen. Ze verwijst naar onderzoek naar process fairness. Als mensen begrijpen hoe een besluit is genomen, accepteren ze de uitkomst eerder. Zelfs bij ontslagrondes.

Daarom moeten managers transparanter zijn over:

  • hoe beslissingen worden genomen
  • welke criteria worden gebruikt
  • waarom iemand een bepaalde uitkomst krijgt

Veel leiders denken dat ze al duidelijk zijn. In werkelijkheid overschatten ze dat vaak enorm. Gallo illustreert dat met een bekend experiment. De ene persoon tikt het ritme van een liedje, bijvoorbeeld "Happy Birthday". De ander moet raden welk lied het is. De tikker denkt dat dat vaak lukt, omdat hij het lied in zijn hoofd hoort. Maar de luisteraar hoort alleen losse tikken.

Zo werkt communicatie op het werk vaak ook. "Jij hoort het hele lied in je hoofd. De ander hoort alleen tap, tap, tap." Daarom moet je je bij moeilijke gesprekken steeds afvragen: hoe maak ik dit zo duidelijk mogelijk?

Tip 4: Regel eerst je emoties

Moeilijke gesprekken mislukken vaak omdat mensen emotioneel uit balans zijn. Volgens Gallo betekent emotionele regulatie niet dat je altijd rustig of positief bent. Het betekent dat emoties het gesprek niet overnemen.

Ze geeft drie praktische technieken:

  • Self-distancing
    praat tegen jezelf alsof je een buitenstaander bent

  • Time travel
    vraag jezelf: hoe voel ik me hierover over een week of een jaar?

  • Reframing
    zoek een alternatieve uitleg voor de situatie

Ze vertelt een verhaal over haar dochter. Tijdens een autorit zien ze twee motorrijders zonder helm gevaarlijk rijden. Gallo reageert geschokt. Haar dochter zegt: "Misschien zijn ze op weg om helmen te kopen." Dat is waarschijnlijk niet waar, zegt Gallo lachend. Maar het verandert wel direct de emotie van het moment.

Tip 5: Oefen het hardop

De laatste tip is simpel: oefenen. Hoe vaker je moeilijke gesprekken voert, hoe minder eng ze worden. Je merkt dat:

  • de relatie meestal niet kapot gaat
  • het gesprek vaak minder dramatisch is dan verwacht
  • eerlijkheid vaak juist vertrouwen opbouwt

Je kunt oefenen door:

  • gesprekken te oefenen met een vriend
  • een kleine, minder spannende situatie te kiezen
  • iemand te vragen hoe jij feedback geeft

Tijdens de sessie laat Gallo het publiek meteen oefenen. Ze vraagt iedereen om zich om te draaien naar de persoon naast hen en deze zin af te maken: "Wat ik op het werk eigenlijk zou willen zeggen, maar niet kan zeggen, is..." Dat zorgt voor veel gelach en herkenning in de zaal. Maar het punt is serieus: alleen al iets hardop uitspreken maakt het vaak minder groot.

Wat als jij geen eerlijke feedback krijgt?

Na de vijf tips draait Gallo het perspectief om. Wat als jij degene bent die nooit eerlijke feedback krijgt?

Volgens haar ontstaat dan vaak een cirkel:

  • iemand geeft feedback
  • jij reageert defensief
  • die persoon voelt zich niet veilig
  • en geeft daarna geen eerlijke feedback meer

Daarom moet je jezelf volgens Gallo 'feedbackable' maken.

Bijvoorbeeld door zo te reageren:

  • "Dank je dat je dat zegt. Ik ga erover nadenken."
  • "Kun je een voorbeeld geven?"
  • "Is er iets dat je graag tegen me zou zeggen maar niet durft?"

Ze vertelt ook een persoonlijk voorbeeld. Een collega zei ooit tegen haar: "Weet je Amy, soms zit er een stille 'jij klootzak' aan het eind van je zin." Pijnlijk om te horen, maar wel waardevol. Het veranderde hoe ze met collega's sprak.

Moeilijke gesprekken maken werk menselijker

Aan het einde van haar sessie benadrukt Gallo dat moeilijke gesprekken niet alle problemen op het werk oplossen. Werk blijft soms oneerlijk. Maar stilte maakt het vaak erger.

Volgens haar is er ook een nieuwe uitdaging: AI. Tools kunnen helpen om gesprekken voor te bereiden of formuleringen te vinden. Maar ze waarschuwt voor het volledig uitbesteden van moeilijke gesprekken aan technologie. Dan verdwijnt precies het element dat relaties sterker maakt. "Hard conversations are about connection."

Daarmee eindigt ze met een duidelijke oproep aan het publiek. Begin bij dat ene gesprek dat je al te lang uitstelt. Zeg hardop wat je eigenlijk wilt zeggen. Niet omdat het makkelijk is. Maar omdat juist dat gesprek werk een beetje eerlijker maakt.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga