Door: Gerson Veenstra
"Misschien kunnen we binnenkort wel met katten praten." Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik dat zinnetje de afgelopen dagen al meerdere keren heb gehoord. En zeg nou zelf: hoe fijn zou het zijn als je niet langer hoeft te gokken wat het beest bedoelt als het weer eens luid miauwend voor je staat? In deze sessie hoop ik erachter te komen hoe snel we zover zijn.
Maar eerst walvissen. Wie de film 'Finding Nemo' heeft gezien, kent ongetwijfeld de scène waarin Dory walvistaal blijkt te kunnen als ze de weg naar Sidney zoeken. En nou is dat nog een vis, maar kun je je voorstellen dat wij dat als mensen kunnen? Wat zou je een walvis vragen? Als ik de titel van de sessie mag geloven, is dat binnenkort mogelijk. Dankzij AI uiteraard.
Niet óf, maar hoe dichtbij het is
In deze sessie spreekt Nathan Lump, hoofdredacteur van National Geographic, met David Gruber. Gruber is oprichter van Project CETI, een groot onderzoeksproject dat de communicatie van potvissen probeert te ontcijferen. De grote stelling van de sessie is opvallend direct. Op de vraag of we op het punt staan om met walvissen te communiceren, antwoordt Gruber zonder aarzelen: "Ja."
Dat klinkt eerst nog als een grote belofte. Zeker omdat het begin van de sessie veel tijd neemt voor het verhaal achter het project, de samenstelling van het team en de fascinatie voor walvissen. Interessant, maar pas later wordt het echt scherp. Vanaf het moment dat Lump vraagt hoe het onderzoek werkt, komt de kern boven tafel: hoe dichtbij zijn we echt en wat hebben walvissen - en wij - daaraan?
AI vertaalt nog niets, maar legt wel de basis
Gruber maakt duidelijk dat Project CETI nog niet op het punt staat waarop een mens een gesprek voert met een walvis alsof het een vertaalapp is. Het team bouwt eerst aan iets veel fundamentelers: een systeem dat leert herkennen welke geluiden bij welk gedrag horen.
Daarvoor legt het project een enorme database aan van potvisgeluiden. Onderzoekers volgen walvissen in drie dimensies, meten hoe diep ze duiken, kijken met welke familieleden ze samen zijn en koppelen dat aan hun klikgeluiden. Die aanpak levert veel meer data op dan vroeger. Waar onderzoekers eerst met moeite losse opnames verzamelden, gaat het nu om miljoenen datapunten.
De grote stap zit niet alleen in het verzamelen van data, maar in het leggen van verbanden. Gruber zegt dat het team inmiddels een eerste 'whale language model' heeft gebouwd: een taalmodel voor walvissen. Op basis van geluiden voorspelt dat model al gedrag, zoals een duik. Dat lijkt misschien nog bescheiden, maar het is juist een cruciale stap. Taal gaat niet alleen over klanken, maar ook over betekenis in context.
Zijn vergelijking met baby’s helpt. Mensen leren taal ook niet via een woordenboek. Eerst horen ze klanken, dan koppelen ze die aan situaties, en pas later aan abstracte betekenis. Project CETI pakt de taal van walvissen op een vergelijkbare manier aan.
De eerste betekenis is in beeld
Het meest concrete nieuws uit de sessie: het team heeft volgens Gruber inmiddels een eerste symbool 'gegrond'. In gewone taal: ze hebben een geluid gekoppeld aan een duidelijke betekenis. Dat is 'laten we duiken'.
Dat is belangrijk, omdat hiermee voor het eerst iets zichtbaar wordt van echte betekenis, en niet alleen van patroonherkenning. Gruber zegt ook dat het team in de komende jaren twintig extra symbolen wil koppelen aan gedrag of situatie. Dat klinkt klein, maar in dit onderzoek is het juist groot. Eén betekenis die stevig vaststaat, weegt zwaarder dan honderd wilde aannames.
Ook inhoudelijk schuift het beeld van walvissen op. Het onderzoek laat volgens Gruber zien dat potvissen meer structuur in hun communicatie hebben dan eerder gedacht. Niet een paar vaste klikjes, maar een systeem met meer variatie en opbouw. Hij zegt zelfs dat potvissen dichter bij mensen komen dan welke andere onderzochte diersoort ook, als het gaat om die taalkundige complexiteit.
Dat maakt de kernvraag van de sessie ineens minder sciencefictionachtig. Praten met walvissen voelt nog ver weg als volledig gesprek, maar de eerste echte vertaalslagen liggen al op tafel.
Waarom juist walvissen?
Gruber geeft daar twee antwoorden op. Het eerste is bijna emotioneel. Walvissen spreken tot de verbeelding. Ze leven voor de meeste mensen buiten beeld, maar juist daardoor ook in een soort droomwereld. Ze zijn groot, mysterieus en geladen met verhalen.
Het tweede antwoord is wetenschappelijk. Potvissen leven in hechte familiegroepen met meerdere generaties tegelijk. Ze hebben dus veel sociaal contact, veel kennisoverdracht en veel reden om te communiceren. Hun geluiden hebben bovendien meer structuur dan lang werd gedacht. Dat maakt ze interessant voor taalkundigen en AI-onderzoekers.
Er zit ook nog iets anders onder. Gruber zegt dat dit project niet draait om menselijke nieuwsgierigheid alleen. Het team probeert steeds dezelfde vraag te stellen: helpt dit de walvis? "We vragen ons steeds af: is dit werk in het voordeel van de walvis?" zegt hij. "Als we daar geen ja op kunnen antwoorden, waarom doen we het dan?"
Dat is misschien wel het belangrijkste morele anker van de sessie. De technologie staat niet centraal. De relatie staat centraal.
Wat hebben wij eraan?
Dat antwoord zit vooral in hoe we naar dieren en natuur kijken. Gruber hoopt dat deze technologie mensen dichter bij de levende wereld brengt, juist in een tijd waarin klimaatverandering en natuurverlies voor veel mensen abstract blijven. Hij beschrijft dit onderzoek bijna als een laatste harde pass richting de eindzone: een poging om onze blik net op tijd te kantelen.
De gedachte is simpel. Zodra een dier niet langer alleen een dier is, maar een wezen met een eigen sociale wereld, eigen keuzes en misschien zelfs iets dat op taal lijkt, verandert ook de manier waarop mensen waarde toekennen. Dat gebeurde eerder ook bij walvissen. Lump en Gruber halen aan hoe opnames van bultruggen in de vorige eeuw hielpen om de Save the Whales-beweging op gang te brengen. Begrip leidde daar niet alleen tot bewondering, maar ook tot bescherming.
Als deze stap verder gaat, raakt dat dus niet alleen de wetenschap. Het raakt ook natuurbeleid, dierenrechten en de vraag hoeveel ruimte wij andere soorten geven.
Wat heeft de walvis eraan?
Dat is misschien nog interessanter. Want een gesprek met een walvis is alleen zinvol als het geen trucje voor mensen wordt.
Gruber benadrukt dat Project CETI geen commercieel product bouwt. Het project wil juist voorkomen dat dit soort technologie in de eerste plaats iets van ons wordt. Daarom werkt het team ook aan ethische richtlijnen. Er zijn volgens hem andere groepen die sneller bewegen, maar minder zorgvuldig. CETI probeert juist af te remmen waar nodig en regels af te spreken voordat de techniek verder gaat.
Dat maakt de sessie sterker. De vraag is niet alleen: wat kunnen we technisch? De vraag is ook: hoe gaan we om met een dier zodra we een stukje van zijn taal begrijpen? Luisteren we dan echt? Of gebruiken we die kennis weer vooral voor onszelf?
Dus: praten we binnenkort met walvissen?
Na deze sessie is het eerlijke antwoord: deels, maar nog niet zoals in films.
Nee, we staan niet op het punt om morgen een open vraag aan een walvis te stellen en een netjes vertaald antwoord terug te krijgen. Maar ja, de eerste bouwstenen liggen er wel degelijk. Onderzoekers herkennen patronen, koppelen geluid aan gedrag en hebben minstens één betekenis in beeld. Dat is veel meer dan alleen luisteren naar mysterieuze klikjes.
Voor dieren in het algemeen opent dit ook iets groters. Als deze aanpak werkt bij potvissen, dan verschuift de grens. Dan gaat het niet meer alleen over walvissen, maar over de mogelijkheid dat menselijke taal niet de enige vorm van rijke communicatie is die we ooit echt leren begrijpen.
Deze sessie deed me heel erg denken aan de film 'Arrival'. In de film landen 12 buitenaardse objecten en is de uitdaging uit te zoeken hoe ermee gecommuniceerd kan worden. De taalbarrière verdwijnt. Daar zijn meerdere sprekers het mee eens tijdens deze SXSW. Niet alleen tussen mensen, maar misschien dus ook wel tussen mensen en dieren.
En wat ik een walvis zou vragen? Of je inderdaad kunt overleven als je wordt opgeslokt door een walvis. En leuk weetje: deze sessie was me vooraf in het schema niet echt opgevallen. Maar omdat de sessie werd genoemd in het openingspraatje van SXSW, werd ik toch nieuwsgierig. Ook dat is SXSW: dat je af en toe verrast wordt.
Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga.