Zo blijf je innoveren als technologie steeds sneller verandert: lessen uit de ruimtevaart

Door: Gerson Veenstra

Wat doe je als nieuwe technologieën elkaar in hoog tempo opvolgen? Voormalig astronaut Cady Coleman (blijft toch altijd leuk om een echte astronaut in de zaal te hebben) gaat daarover in gesprek met Dava Newman, futurist en hoogleraar astronautiek aan MIT. Samen laten ze zien hoe leiders inspelen op doorbraken, van ruimteonderzoek tot AI en generatieve biologie.

Ze maken dat meteen concreet met ervaringen uit de ruimte. Daar draait alles om samenwerken onder druk, omgaan met onzekerheid en beslissingen nemen met beperkte middelen. De context is extreem, maar de principes zijn volgens hen direct toepasbaar op aarde.

Werken alsof niemand anders komt

Coleman neemt het publiek mee naar het leven op het ruimtestation. Daar werk je maandenlang met een klein team, ver weg van de rest van de wereld. "Voor het grootste deel zag ik maar vijf andere gezichten", zegt ze. Dat maakt de situatie overzichtelijk, maar ook onontkoombaar: dit is je team, hier moet je het mee doen.

Ze legt uit dat die realiteit direct invloed heeft op gedrag. "Het is heel makkelijk om te weten dat er eigenlijk niemand anders komt." Problemen blijven niet liggen en verantwoordelijkheid schuif je niet door. Iedereen moet bijdragen, juist ook vanuit een eigen perspectief.

Newman haakt daarop in en zegt dat dat precies is wat veel organisaties missen. Ze pleit ervoor om teams bewust anders samen te stellen. "Vul je boardrooms met mensen die niet zijn opgeleid zoals jij." Volgens haar ontstaat betere besluitvorming juist door verschillende manieren van denken naast elkaar te zetten.

Innovatie zit op het snijvlak van disciplines

In het gesprek verschuift de focus naar technologie. Newman zegt dat de belangrijkste doorbraken niet uit één vakgebied komen, maar uit de combinatie van meerdere. Ze noemt AI, biologie en sensoren als voorbeelden van technologieën die steeds meer in elkaar grijpen.

Ze beschrijft dat als een beweging waarin disciplines samenkomen en nieuwe toepassingen ontstaan. Dat vraagt volgens haar iets anders van hoe we werken en opleiden. Niet alleen verdiepen in één vak, maar ook begrijpen wat er naast je gebeurt.

Daarbij hoort ook een andere manier van samenwerken. Teams moeten volgens haar niet alleen efficiënt zijn, maar ook ruimte laten voor andere perspectieven en onverwachte ideeën.

Leren in stappen: van dichtbij naar ver weg

Coleman maakt vervolgens het verschil tussen werken in lage baan om de aarde, op de maan en op Mars tastbaar. Op het ruimtestation zit je relatief dichtbij: als er iets misgaat, kun je binnen enkele uren terug of iets aanpassen.

Bij de maan verandert dat al. Die ligt dagen weg en dat betekent dat je minder snel kunt ingrijpen. Mars ligt nog verder: maanden reizen en geen directe hulp. Elke stap verder van de aarde vraagt dus om meer voorbereiding en minder afhankelijkheid van snelle oplossingen.

Volgens Coleman is dat precies waarom ruimtevaart in fases gebeurt. Wat je leert in een lage baan, gebruik je later voor missies verder weg. De afstand bepaalt hoe je werkt, test en risico’s inschat.

Samenwerking tussen overheid en bedrijven

Ook de manier waarop ruimtevaart wordt georganiseerd komt uitgebreid aan bod. Newman benadrukt dat grote programma’s nog steeds vooral door overheden worden gefinancierd. "Het is allemaal gefinancierd door de overheid", zegt ze.

Bedrijven spelen een rol via samenwerkingen en contracten, waarbij ze ook zelf investeren. Volgens Newman werkt dat omdat beide kanten iets anders brengen: overheden zorgen voor continuïteit en veiligheid, bedrijven voor snelheid en nieuwe ideeën.

Coleman vult aan dat die samenwerking ook vraagt om afstemming tussen verschillende werkwijzen. Waar de ene kant gericht is op testen en zekerheid, beweegt de andere sneller. Juist dat verschil maakt de samenwerking waardevol.

Falen als onderdeel van vooruitgang

Newman gaat in op wat daarvoor nodig is binnen organisaties. Ze vertelt dat ze bij NASA een prijs voor falen introduceerde, om ruimte te maken voor experiment en leren.

"We leren veel meer van onze mislukkingen", zegt ze. Volgens haar werkt innovatie alleen als mensen risico durven nemen en blijven testen. Tegelijk blijft veiligheid altijd leidend, zeker in een omgeving als de ruimtevaart.

Data uit de ruimte, beslissingen op aarde

Een belangrijk deel van het gesprek gaat over data. Newman laat zien hoeveel informatie er dagelijks uit de ruimte komt. "100TB per dag" aan klimaatdata, die inzicht geeft in temperatuur, CO2 en veranderingen op aarde.

Ze werkt aan manieren om die data toegankelijk te maken, bijvoorbeeld via simulaties en toepassingen waarin mensen zelf keuzes kunnen maken op basis van hun eigen omgeving. Daarbij maakt ze duidelijk waar het uiteindelijk om draait. "Het gaat om onze menselijke beslissingen."

De zoektocht naar leven buiten de aarde

Het gesprek raakt ook aan een van de grootste vragen binnen ruimtevaart. Newman spreekt over het zoeken naar leven buiten de aarde en hoe dichtbij dat volgens haar is. "Ik denk dat het in dit decennium gebeurt, tien jaar", zegt ze. Ze noemt Mars en oceanen onder ijslagen als plekken waar onderzoekers naar zoeken en waar de bouwstenen van leven al zijn gevonden.

Tegelijk blijft ze het steeds terugbrengen naar de aarde. Technologie, onderzoek en missies in de ruimte zijn volgens haar geen doel op zich, maar een manier om beter te begrijpen hoe we hier leven en welke keuzes we maken. "We zijn allemaal astronauten", zegt ze. Daarmee doelt ze op dezelfde situatie als in de ruimte: één plek, één team en de noodzaak om het samen op te lossen.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Meer dan een hulpmiddel, wat een bionische hand kan betekenen: 'Het voelde alsof een deel van mij terugkwam'

Door: Gerson Veenstra

Een toekomst waarin een beperking geen belemmering meer is. Klinkt mooi toch? Dat is wat de spreker in deze sessie belooft. En het blijft niet bij woorden: dankzij AI, robotica en schaalbare productie komen slimme, betaalbare bionische oplossingen snel dichterbij. Wat eerst futuristisch leek, wordt steeds meer praktijk en verandert stap voor stap wat het menselijk lichaam kan.

Voor Aadeel Akhtar begint dat verhaal al op jonge leeftijd. Als kind ontmoet hij in Pakistan een meisje van zijn leeftijd dat haar rechterbeen mist en een boomtak als kruk gebruikt. Dat moment stuurt hem deze richting op. Jaren later bouwt hij met PSYONIC bionische ledematen voor mensen en robots.

Van Juan naar meer dan 300 gebruikers

Een belangrijk moment volgt in 2014 in Quito. Daar ontmoet Akhtar Juan Sucio, die 35 jaar eerder zijn linkerhand verloor door een landmijnexplosie. Het prototype dat het team dan meeneemt, is nog log en groot en zit vol draden. Eerst werkt het niet. Een week later lukt het wel.

Juan maakt dan voor het eerst in 35 jaar weer een knijpbeweging. Volgens Akhtar voelde het voor hem alsof een deel van hem was teruggekomen. Dat moment overtuigt hem om de techniek niet in de wetenschap te laten hangen maar er echt een product van te maken.

Sindsdien groeit het snel. Akhtar zegt dat de hand nu door meer dan 300 mensen in de Verenigde Staten wordt gebruikt. De hand is goedgekeurd door de FDA en valt onder Medicare. Daardoor groeit de toegang volgens hem van ongeveer 10 procent naar 75 procent.

Wat die hand inmiddels doet

De nieuwste versie is kleiner en lijkt meer op een echte hand. Gebruikers sturen hem meestal aan met twee spiersensoren. De hand kan verschillende grepen maken en geeft ook tastfeedback via trillingen in de vingers. Daardoor voelen gebruikers wanneer ze iets aanraken en hoe hard ze knijpen.

Akhtar noemt grote en kleine voorbeelden door elkaar. Gebruikers doen er push-ups mee en zwaaien met een kettlebell van 23 kilo. De hand houdt tot ongeveer 64 kilo vast. Maar het gaat ook om gewone momenten. Zo vertelt hij over een gebruiker die voor het eerst haar kleinkind de fles geeft, omdat ze de fles met haar bionische hand vasthoudt en de baby met haar andere arm.

Ook Juan komt terug in dat verhaal. Akhtar laat zien hoe hij jaren later alsnog een versie krijgt die hij elke dag gebruikt. Een van zijn favoriete beelden: Juan op de markt, met zijn bionische hand een vrucht oppakken en eraan ruiken.

Terug op het veld

Akhtar laat ook zien wat dat in de praktijk betekent voor gebruikers. Hij vertelt het verhaal van Jamie Groshong, die zijn hand verloor door een vuurwerkongeluk toen hij 17 was. Daarmee kwam ook een einde aan zijn plannen om op hoog niveau honkbal te spelen.

Met de bionische hand pakt hij die sport weer op. In de video zegt Jamie: "Toen ze voor het eerst over die hand begonnen, deden ze alsof ik weer een bal kon gooien. Mijn verwachtingen waren heel laag. Ik dacht: echt niet." Later zegt hij: "Ik heb nu echt plezier en ik gooi weer een bal. Dat ik dat doe, is gewoon niet te bevatten."

Akhtar vertelt dat Jamie eerst de eerste pitch gooide bij een wedstrijd van de San Francisco Giants. Daarna gingen ze samen terug naar het honkbalveld uit zijn jeugd. Daar sloeg hij volgens Akhtar de eerste bionische homerun.

Dezelfde hand op een mens en op een robot

Akhtar bouwt die hand niet alleen voor mensen. Volgens hem gebruiken ook meer dan 90 robotbedrijven wereldwijd dezelfde hand. Hij noemt onder meer NASA, Google, Amazon, Mercedes, Toyota en GM.

Het NASA-voorbeeld springt eruit. De ruimteorganisatie gebruikt de hand op de humanoïde robot Valkyrie voor taken die lijken op werk in het International Space Station. Akhtar noemt een foto van gebruiker Annika Berlin die een vuistje maakt met die NASA-robot. Ze gebruiken allebei dezelfde hand. Hij vertelt ook dat Annika een rits op een testpaneel makkelijk bedient, op een manier die de NASA-ingenieurs zelf nog niet hadden bedacht.

Dat is voor Akhtar de kern van zijn verhaal: mensen leren met die hand al allerlei echte taken uitvoeren en die data gebruikt zijn team weer om robots te trainen.

Zijn toekomstbeeld

Aan het einde kijkt Akhtar vooruit. Hij werkt aan een volgende stap waarin een bionische hand niet meer voelt als een hulpmiddel maar als een verlengstuk van het lichaam. Daarvoor combineert zijn team robotica, AI en hersen-computerinterfaces.

Hij zegt dat zijn hand al is aangestuurd via hersenimplantaten. Ook werkt hij aan implantaten die direct verbinden met spieren, botten en zenuwen. Het doel: niet alleen vooraf ingestelde grepen maar controle over individuele vingers. Daarbij noemt hij ook concrete toepassingen, zoals weer piano spelen of typen op een toetsenbord.

De lijn in zijn verhaal blijft steeds dezelfde. Het begint bij een kind dat iemand met een beperking ziet. Het loopt via Juan in Ecuador naar NASA en robots. En het eindigt weer bij de gebruiker zelf: iemand die iets terugkrijgt wat lang weg was.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga