Jack Conte doet emotionele oproep aan AI-bedrijven: 'Betaal makers voor hun werk'

Door: Gerson Veenstra

Dit was zo'n sessie waarvan ik vooraf geen idee had wat ik ervan kon verwachten. Dat heeft misschien ook wat te maken met de spreker, Jack Conte. Een muzikant, een filmmaker en de oprichter van een online platform voor artiesten. Het kon alle kanten op. En dat ging het ook. Maar dat maakte het ook interessant. Want wat brengt nieuwe technologie ons het meest? Dat we het allemaal zelf kunnen. Maar iets zelf kunnen, betekent nog niet dat je er ook wat mee bereikt. Dat begint pas als je verder gaat dan hetzelfde blijven doen. 

Conte begint zijn verhaal verrassend klein. Met zichzelf als kind. Toen hij een camera kreeg, maakte hij eindeloos films. Niet omdat hij een nieuw genre wilde uitvinden, maar omdat hij simpelweg zijn helden nadeed. Wallace and Gromit, Indiana Jones, Pulp Fiction. Hij kopieerde scènes, camerastandpunten en dialogen.

Later realiseert hij zich wat daar eigenlijk gebeurde. Zonder dat hij het doorhad, leerde hij de taal van film. Patronen die in meer dan honderd jaar cinema zijn ontstaan.

Elke nieuwe technologie begint met kopiëren

Dat gebruikt hij als opstap naar een grotere observatie. Nieuwe technologie begint vaak met imitatie. Toen film net bestond, probeerden filmmakers theater na te bootsen. De camera stond stil, acteurs speelden overdreven groot en alles leek op een toneelstuk. Pas later ontdekten makers wat film echt kon: monteren, van locatie wisselen, spelen met tijd en perspectief.

Volgens Conte zitten we met AI precies in zo'n fase. Veel van wat we nu maken met nieuwe tools lijkt op iets dat al bestaat. Beelden die eruitzien alsof ze met de hand zijn getekend. Video die lijkt alsof er een camera aan te pas kwam. Muziek die klinkt alsof mensen het hebben ingespeeld.

Hij noemt dat moment de fase van 'slop'. Niet omdat het waardeloos is, maar omdat een nieuwe techniek nog geen eigen taal heeft.

Verandering hoort bij het werk van makers

Daarna verschuift zijn verhaal naar zijn eigen carrière. En daar wordt zijn punt concreter. Met Pomplamoose vond hij in de beginjaren van YouTube een vorm die werkte. Geen klassieke muziekvideo's en ook geen live-opnames, maar video's waarin je het opnameproces zag ontstaan. Stemmen, instrumenten, lagen die langzaam samen een nummer vormden.

De video's kregen miljoenen views. De band verkocht tienduizenden mp3's op iTunes. Van slaapkamerproject groeide Pomplamoose uit tot een fulltime bestaan. Totdat het weer veranderde.

YouTube paste het platform aan en hun groei viel stil. Tegelijk verschoof de muziekindustrie van iTunes naar streaming. En Conte werkte ondertussen dag en nacht aan Patreon. Overdag bouwde hij een bedrijf. 's Nachts nam hij nog muziekvideo's op.

Dat hield hij niet vol. Uiteindelijk zette hij Pomplamoose stil. Voor hem voelde dat op dat moment als falen. Later keek hij daar anders naar. Het probleem was niet dat hij iets verkeerd had gedaan. Het probleem was dat de wereld alweer was veranderd.

Succes is geen eindpunt

Een paar jaar later vond Pomplamoose opnieuw een model dat werkte. Niet meer losse releases, maar ritme en frequentie. Eén keer per maand naar Los Angeles vliegen, meerdere songs opnemen op één dag en daarna elke week een nieuwe video publiceren. Dat werkte verrassend goed. De streams op Spotify groeiden hard, het publiek groeide mee en de inkomsten stegen opnieuw.

Toch presenteert Conte dit niet als een succesverhaal met een happy end. Integendeel. Volgens hem bestaat dat helemaal niet. Als artiest vind je een model dat werkt. Dan verandert technologie of een platform en moet je opnieuw beginnen. Daarna gebeurt het weer. En weer. Hij beschrijft dat als een soort oneindige golfbeweging. Je bouwt iets op, het breekt open, je bouwt opnieuw.

Dat patroon ziet hij overal terug. Tijdens corona moest de band ineens op afstand opnemen. Daarna verschoof aandacht naar verticale video en korte clips. Die leveren veel views op, maar minder inkomsten. Elke verandering dwingt makers om hun werk opnieuw te organiseren. Zijn belangrijkste inzicht komt precies daar vandaan. Verandering betekent niet dat het voorbij is. Verandering betekent dat je weer opnieuw moet bouwen.

De spanning rond AI voelt echt

Halverwege zijn verhaal wordt Conte zichtbaar emotioneel. Dat gebeurt wanneer hij het heeft over technologie die banen verdringt, zoals de synthesizer ooit deed bij orkesten. Die geschiedenis laat zien dat nieuwe tools niet alleen kansen brengen, maar ook verlies. Die spanning voelt hij nu opnieuw bij AI.

Aan de ene kant is hij boos. Werk van makers is gebruikt om modellen te trainen, vaak zonder toestemming, betaling of erkenning. Aan de andere kant voelt hij ook nieuwsgierigheid. Nieuwe technologie trekt hem als maker aan. Misschien zit er ook een nieuwe vorm van creativiteit in.

Volgens hem mogen die gevoelens naast elkaar bestaan. Je hoeft niet te kiezen tussen volledig voor of volledig tegen. Wat volgens hem wel duidelijk is: makers staan opnieuw aan het begin van een grote verandering.

Ook deze golf gaat weer voorbij

Conte verwacht dat de komende jaren moeilijk worden voor veel creatieve beroepen. Modellen die makers hebben opgebouwd, kunnen zomaar verdwijnen. En dat raakt ook iets diepers. Sommige makers vragen zich inmiddels af wat hun werk nog waard is.

Zelf herkent hij dat gevoel ook. Maar hij gelooft niet dat menselijke creativiteit verdwijnt. In zijn ogen blijft de behoefte bestaan om werk van andere mensen te maken en te beleven. Dat patroon ziet hij in de hele geschiedenis van media terug. Technologie verandert, maar makers zoeken telkens een nieuwe vorm.

Daarom richt hij zich aan het einde van zijn verhaal rechtstreeks tot AI-bedrijven:

"AI-bedrijven moeten makers betalen voor het gebruik van ons werk. Niet omdat de technologie slecht is, maar omdat veel ervan goed is, of dat snel wordt, en omdat het de toekomst wordt. En als we plannen maken voor de toekomst van de mensheid, dan hoort daar een samenleving bij die kunstenaars waardeert en beloont. Niet alleen voor henzelf, maar voor ons allemaal. Samenlevingen die creativiteit waarderen en stimuleren, zijn beter af. Daarom bestaan auteursrechten. Daarom bestaat copyright. Daarom hebben kunstenaars rechten. De taak om technologie te bouwen op een manier die rekening houdt met makers is moeilijk. Dat weet ik. Maar het is lang niet het moeilijkste probleem dat onze soort ooit heeft aangepakt. Als we mensen vragen om uit te zoeken hoe ze datacenters in de ruimte bouwen, dan mogen we ook van mensen vragen om uit te zoeken hoe makers betaald krijgen voor hun werk."

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

De ontdekker van de Dreadnoughtus: wat dino's ons vertellen over het einde van de wereld

Door: Gerson Veenstra

"The farther backward you can look, the farther forward you are likely to see." Het is een beroemde uitspraak van Winston Churchill. Ik had die al opgeschreven voordat deze sessie begon en toevallig gebruikte de spreker precies dezelfde. Een andere komt van Confucius: "Bestudeer het verleden als je de toekomst wilt begrijpen." Na de walvissen van eerder vandaag, nu dus dino's. Wie houdt er nou niet van dino's? Wat vertellen de fossielen over onze toekomst? 

Paleontoloog Kenneth Lacovara, bekend van zijn ontdekking van de gigantische dinosauriër Dreadnoughtus, nam het publiek mee ver terug in de tijd. Samen met arts en wetenschapper William Li sprak hij over wat fossielen ons leren over de geschiedenis van de aarde en over de wereld waarin we nu leven.

'Waarom we het verre verleden bestuderen'

Volgens Lacovara begint dat bij een simpele vraag: waarom bestuderen we eigenlijk het verre verleden? Zijn antwoord is duidelijk. "Honderd procent van onze informatie komt uit het verleden", zegt hij. De toekomst kennen we niet en het heden verdwijnt meteen weer in het verleden. Daarom zoeken wetenschappers daar naar patronen en lessen.

Om de schaal van de tijd duidelijk te maken gebruikt hij een vergelijking. Stel dat de hele geschiedenis van de aarde een boek is van duizend pagina's. De dinosauriërs verschijnen dan pas op pagina 880. Ze verdwijnen ongeveer vijftig pagina's voor het einde. De mens verschijnt pas op de laatste regel. En onze hele beschaving van ongeveer tienduizend jaar is dan slechts het laatste woord. "Als ik je een boek van duizend pagina's geef en je leest alleen het laatste woord, dan weet je nog steeds niet waar het verhaal over gaat."

De wereld van de dinosauriërs

De eerste dinosauriërs verschenen ongeveer 237 miljoen jaar geleden, in het Trias. In het begin waren ze klein, ongeveer zo groot als een huiskat. Pas later, in het Jura, werden sommige soorten enorm groot. In die periode ontstonden ook de eerste vliegende dinosauriërs.

De bloeitijd van de dinosauriërs lag in het Krijt. Soorten als Tyrannosaurus rex leefden helemaal aan het einde van dat tijdperk. Dinosauriërs leefden zo lang op aarde dat sommige soorten zelfs over fossielen van oudere dinosauriërs liepen. Volgens Lacovara staan wij in de tijd dichter bij een T. rex dan een T. rex bij bijvoorbeeld een Stegosaurus.

Hij benadrukt ook dat vogels eigenlijk nog steeds dinosauriërs zijn. Ze stammen af van dezelfde voorouders. Daarom zegt hij: "Als mensen vragen hoe dinosauriërs smaakten, dan zeg ik: ze smaakten naar kip."

Wat fossielen laten zien

Fossielen vertellen niet alleen welke dieren er leefden, maar ook hoe ze leefden. In dinosaurusbotten vinden onderzoekers bijvoorbeeld sporen van verwondingen en ziektes. "Je ziet genezen botbreuken, stressfracturen en zelfs botkanker", zegt Lacovara. Sommige botten laten zien dat een dier een aanval van een roofdier overleefde en daarna herstelde.

Ook fossiele uitwerpselen leveren informatie op. Die worden coprolieten genoemd. Daarin kunnen onderzoekers bijvoorbeeld botfragmenten of plantenresten vinden en zo ontdekken wat dieren aten.

Het fossielenarchief is volgens Lacovara wel fragmentarisch. Veel momenten uit de geschiedenis van de aarde laten geen sporen achter. Hij vergelijkt geologie met een film waarvan bijna alle beelden zijn verdwenen. "Stel dat je een film van een kilometer lang hebt en je gooit 99,999 procent van de beelden weg. Daarna verspreid je de rest over de wereld en probeer je toch het verhaal te reconstrueren."

Het einde van de dinosauriërs

Lange tijd wisten wetenschappers niet waarom de dinosauriërs verdwenen. Er bestonden allerlei theorieën. In 1980 verscheen een nieuwe hypothese: een inslag van een asteroïde of komeet. Later werd een grote inslagkrater ontdekt bij het schiereiland Yucatán in Mexico.

Lacovara onderzoekt al bijna twintig jaar een fossielrijke vindplaats in New Jersey waar resten zijn gevonden van dieren die stierven rond het moment van de inslag. Volgens hem laat dat goed zien hoe groot de impact was.

Door de inslag werd enorm veel materiaal de atmosfeer in geslingerd. Toen dat weer naar beneden kwam, warmde de atmosfeer snel op. "Binnen het eerste uur na de inslag liep de temperatuur wereldwijd op tot ergens tussen een broodrooster en een pizzaoven", zegt hij.

Veel dieren konden die omstandigheden niet overleven. Soorten die konden graven of schuilen, zoals sommige vogels, krokodillen, schildpadden en kleine zoogdieren, hadden meer kans. Na de inslag waren de grootste landdieren ongeveer zo groot als een kat.

Massa-extincties en klimaat

Volgens Lacovara hebben er in de geschiedenis van de aarde vijf massa-extincties plaatsgevonden. Daarbij verdween meer dan 75 procent van alle soorten. "We zien nu dat alle vijf massa-extincties klimaatcrises waren", zegt hij. De laatste werd veroorzaakt door de asteroïde, de eerdere vier door grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer.

Hij wijst erop dat het CO2-gehalte in de atmosfeer vandaag rond de 425 parts per million ligt. Dat niveau is volgens hem ongeveer 3,5 miljoen jaar niet voorgekomen. Daarbij gaat het niet alleen om de hoeveelheid, maar vooral om de snelheid van verandering.

"In dit scenario zijn wij de asteroïde", zegt hij.

Een kleine reddingsboot in de ruimte

Aan het einde van de sessie toont Lacovara een bekende foto van de aarde, genomen tijdens de Apollo 8-missie. De planeet verschijnt daarop als een kleine bol boven de maan.

Hij vergelijkt de aarde met een reddingsboot in de oceaan. "We leven op een klein, eenzaam reddingsbootje in de ruimte", zegt hij. Volgens hem is dat de enige planeet waarop mensen leven en waaraan we zijn aangepast.

Daarom is het volgens hem belangrijk om naar het verleden te kijken. "Hoe meer we leren over het verleden, hoe beter we onze toekomst kunnen beschermen."

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

'AI wordt pas echt slim als we menselijkheid serieus nemen'

Door: Gerson Veenstra

Hoe houden we de toekomst van AI mensgericht? Dat is het centrale thema van SXSW dit jaar en dit komt in veel sessies terug. Deze keynote mag je dan ook gerust zien als een van de belangrijkste dit jaar. Niet omdat het per se ook de leukste is, of omdat er niks meer is dan dat, maar omdat het hier nu echt om draait. De sessie maakt het alleen niet helemaal waar. 

In deze keynote staat AI-wetenschapper, ondernemer en investeerder Rana el Kaliouby centraal. In gesprek met journalist Bob Safian zet zij een duidelijke lijn uit: AI draait nu vooral om rekenkracht, snelheid en productiviteit, maar dat is niet genoeg. Wie de toekomst van AI goed wil vormgeven, moet ook kijken naar emoties, relaties, context en menselijk gedrag. Haar belangrijkste punt is helder: AI hoeft de mens niet kleiner te maken, maar dat gebeurt wel als we technologie alleen bouwen op efficiëntie en macht.

AI is slim, maar begrijpt mensen nog amper

El Kaliouby kijkt al jaren naar een vraag die nu urgenter voelt dan ooit: hoe maak je technologie menselijker? Volgens haar ligt daar precies het probleem van dit moment. AI wordt snel beter in taken die draaien om kennis en analyse, maar blijft zwak in alles wat met menselijke gevoeligheid te maken heeft.

Ze zegt daarover: "We hebben enorm veel vooruitgang geboekt in AI aan de IQ-kant, in de cognitieve vermogens en de cognitieve intelligentie van machines. Maar om tot echte artificial general intelligence te komen, hebben we absoluut technologie nodig die ook emotionele en sociale intelligentie heeft."

Dat is een belangrijk onderscheid. Veel AI-systemen reageren vooral op woorden. Ze letten op wat iemand zegt, maar niet op hoe iemand iets zegt. Terwijl juist daar veel menselijke communicatie zit. El Kaliouby noemt dat ook letterlijk: "Slechts 7 procent van hoe we communiceren is de keuze van woorden. 93 procent is non-verbaal." Gezichtsuitdrukking, stem, lichaamshouding en context doen dus het meeste werk. En precies dat deel mist vaak in de AI van nu.

Daarmee raakt ze aan een groter punt. Als AI steeds vaker een rol krijgt in werk, zorg, onderwijs en dagelijks leven, dan gaat het niet alleen om goede antwoorden. Dan gaat het ook om timing, toon, vertrouwen en begrip. Een systeem dat alles 'weet', maar mensen niet aanvoelt, schiet dan alsnog tekort.

De grote fout: bouwen voor functionaliteit, niet voor mensen

El Kaliouby maakt dat heel concreet met een voorbeeld uit de wereld van humanoïde robots. Die machines worden technisch steeds indrukwekkender. Ze pakken taken op, bewegen zelfstandig en nemen werk uit handen. Toch ziet zij daar ook een blinde vlek.

Over veel van die robots zegt ze: "Ze zijn groot en eng en ze weten niet echt hoe ze met mensen moeten omgaan." Dat is een scherpe observatie, omdat het laat zien waar de prioriteit nu vaak ligt. Bouwers richten zich op wat een systeem doet. Veel minder op hoe een mens zich voelt naast dat systeem.

Dat is precies de kern van haar verhaal. Technologie komt niet in een leegte terecht. Die belandt in huizen, werkplekken, ziekenhuizen en scholen. Dan doet ontwerp ertoe. Dan doet gedrag ertoe. Dan doet menselijke ervaring ertoe.

Daarmee zegt ze ook iets over macht. Wie AI bouwt, bepaalt welke waarden erin terechtkomen. En als de bouwers vooral kijken naar prestatie, schaal en snelheid, dan krijgt de samenleving systemen die daar ook op draaien.

AI moet ons versterken, niet vervangen

El Kaliouby kiest duidelijk niet voor angst. Ze schildert geen doemscenario waarin mensen overbodig raken. Ze ziet juist veel economische en maatschappelijke waarde in AI. Maar die waarde krijgt pas richting als de inzet helder is.

Ze vat haar eigen uitgangspunt zo samen: "AI moet onze vermogens niet vervangen. Het moet echt versterken en uitbreiden wat we doen."

Dat klinkt eenvoudig, maar het is een principiële keuze. In haar ogen hoort AI saaie, repetitieve en gevaarlijke taken over te nemen, niet alles wat mensen betekenis geeft. Daarom noemt ze ook een voorbeeld van robots die worden ingezet voor scheepslassen. Dat is zwaar en gevaarlijk werk, en er zijn te weinig mensen die dat willen doen. Daar past automatisering dus goed.

Maar el Kaliouby trekt daar niet de conclusie uit dat elke menselijke taak dan maar door machines moet worden overgenomen. Haar punt is juist dat we scherper moeten bepalen wat werk menselijk maakt. Zodra AI meer routinewerk oppakt, komt de vraag op tafel waar mensen zelf hun waarde blijven toevoegen. Niet aan de rand, maar in de kern.

De echte winst zit niet alleen in productiviteit

Wat deze sessie sterk maakt, is dat el Kaliouby AI niet alleen als economische machine neerzet. Ze koppelt de technologie ook aan menselijke ontwikkeling. Ze zegt dat AI de kans biedt om "menselijk potentieel te ontsluiten" en om grote maatschappelijke problemen aan te pakken.

Dat maakt haar verhaal breder dan de bekende discussie over tools, startups en investeringen. Ze kijkt ook naar gezondheid, werk en duurzaamheid. Daar ziet ze toepassingen die echt iets veranderen, juist als AI niet alleen wordt ingezet om sneller te werken, maar ook om beter te leven.

Tegelijk blijft ze kritisch op de manier waarop de sector zichzelf meet. Nu tellen vooral benchmarks die draaien om kennis, logica en prestaties. Volgens haar missen we nog iets essentieels. "We bouwen alleen waar we op meten", zegt ze. Daarom pleit ze voor nieuwe maatstaven, die ook kijken naar de emotionele intelligentie van AI.

Dat is een belangrijk punt, omdat het laat zien waarom veel mooie woorden over "mensgerichte AI" nog weinig effect hebben. Zolang succes alleen wordt afgemeten aan snelheid, juistheid en schaal, blijft empathie bijzaak.

Deze verantwoordelijkheid ligt nu overal, en daardoor ook nergens

Een van de spannendste lijnen in de sessie gaat over verantwoordelijkheid. El Kaliouby zegt dat we daar allemaal een rol in hebben. Als gebruiker, als investeerder, als maker. "We hebben allemaal een verantwoordelijkheid", zegt ze, omdat we elke dag kiezen welke tools we gebruiken en welke bedrijven we steunen.

Dat is waar, maar in deze keynote schuurt dat ook. Want juist als iedereen verantwoordelijk is, dreigt verantwoordelijkheid vaag te worden. Dan ontstaat het risico dat niemand echt aan zet is.

De sessie geeft daar deels zelf antwoord op. El Kaliouby maakt namelijk ook duidelijk waar echte macht zit: bij de mensen die systemen bouwen, financieren en uitrollen. Zij stelt dat ze als investeerder kritisch kijkt naar vragen rond bias, privacy, veiligheid en gebruik. Als oprichters daar niet serieus over nadenken, stapt zij niet in.

Daarmee wordt haar verhaal sterker. Mensgerichte AI vraagt niet alleen om bewust gebruik, maar vooral om duidelijke keuzes van mensen met invloed. Van oprichters. Van investeerders. Van grote techbedrijven. Van leiders die bepalen wat er wordt gebouwd en waarom.

De mens moet niet slimmer worden dan AI, maar wijzer

Misschien het meest interessante deel van de keynote gaat over wat de mens dan nog toevoegt in een tijd waarin AI steeds slimmer oogt. El Kaliouby sluit zich aan bij een uitspraak van Arianna Huffington dat AI best intelligenter mag worden dan mensen, zolang mensen zelf iets anders verdiepen: wijsheid, intuïtie en innerlijk kompas.

El Kaliouby zegt dat ook zelf heel treffend. Ze wil dat we als mens "verdubbelen op wat ons uniek menselijk maakt". Ze noemt intuïtie en lichamelijke signalen als vormen van intelligentie waar we nu vaak van losgeraakt zijn. Dat is een opvallende gedachte op een techpodium, maar juist daarom blijft die hangen.

Ze zet daarmee een ander mensbeeld neer. Niet de mens als rekenmachine die moet concurreren met AI, maar de mens als sociaal, voelend en belichaamd wezen. Daar zit volgens haar geen zwakte, maar juist onze onderscheidende kracht.

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Jon Youshaei laat zien dat viral gaan met een video geen trucje is, maar een systeem: zijn 8 tips

Door: Gerson Veenstra

Wat zorgt ervoor dat een social video een hit wordt? Het is een vraag waar veel mediamakers mee worstelen. Jon Youshaei zegt dat hij de 'viral code' heeft gekraakt. En toch zegt hij ook: "Maar als ik heel eerlijk ben: ik krijg nog steeds kippenvel elke keer als ik op de uploadknop klik." Tegelijk legt hij de lat hoog: "Ik wil dat dit jullie beste sessie deze SXSW wordt." 

Youshaei weet waar hij over praat. Hij werkte vijf jaar bij YouTube en drie jaar bij Instagram. Daarna werd hij zelf maker. In deze sessie deelt hij geen algemeen verhaal over 'authentiek zijn' of 'consistent postenc, maar een reeks concrete lessen voor video's die aandacht trekken en blijven hangen. Zijn centrale punt: goede content begint niet bij geluk of inspiratie, maar bij een herhaalbaar proces.

Geen inspiratieprobleem, maar een formatprobleem

Volgens Youshaei maken veel mensen content zonder scherp idee van vorm, platform of haakje. Daardoor plaatsen ze video's op de verkeerde plek, missen ze spanning in de opening of blijven ze te lang sleutelen aan iets dat al lang live had kunnen staan.

Hij bouwt zijn sessie op als een praktische handleiding. Dit zijn de acht tips die hij uitwerkt.

1. Gebruik 'visual anchors'

Volgens Youshaei maken veel mensen video's van ideeën die eigenlijk beter werken als artikel of post. Een onderwerp is pas echt geschikt voor video als er iets in zit dat je direct kunt laten zien. Hij noemt dat een 'visual anchor': een beeld of situatie die het verhaal meteen tastbaar maakt.

Hij geeft het voorbeeld van inflatie in Venezuela. De zin 'inflatie in Venezuela is hoog' zegt weinig. Maar zodra je laat zien dat mensen van waardeloos geworden bankbiljetten kunstobjecten maken, voelt het onderwerp ineens concreet. Dat beeld trekt kijkers het verhaal in.

De les:

  • Niet elk goed idee is automatisch een goede video
  • Video werkt het best als beeld een deel van het verhaal vertelt
  • Een sterk visueel moment trekt mensen sneller een onderwerp in

2. Test je idee met de 'napkin test'

Om te bepalen of een idee genoeg visuele kracht heeft, gebruikt Youshaei een simpele test van maker Cleo Abram. Stel: je legt een idee uit aan een vriend in een koffiezaak. Wat gebeurt er?

  • Moet je iets tekenen op een servet om je punt te maken?
  • Pak je je telefoon erbij om een foto te laten zien?
  • Zeg je steeds "dit" of "dat" terwijl je ergens naar wijst?

Als dat gebeurt, zit er waarschijnlijk een visual anchor in je idee. Dan werkt video goed. Gebeurt dat niet, dan werkt tekst vaak beter.

Hij koppelt dat meteen aan platformkeuze:

  • Veel visual anchors: eerder een YouTube-video
  • Een paar visual anchors: eerder een Reel, TikTok of Short
  • Geen visual anchors: eerder LinkedIn, X of Threads

3. Zoek visual anchors via Reddit

Een praktische tip voor research: gebruik Reddit. Volgens Youshaei laat Reddit vaak vroeg zien waar mensen op aanslaan. Hij haalt een uitspraak aan uit zijn tijd bij Instagram: wat maandag op Reddit verschijnt, staat dinsdag op BuzzFeed en verschijnt woensdag op social media.

Zijn aanpak:

  • Zoek subreddits rond je niche
  • Gebruik zoekwoorden van één tot drie woorden
  • Zet de filter op 'top' en 'all time'
  • Bekijk daarna ook de posts van deze week

Zo zie je welke voorbeelden, beelden of cases al aandacht krijgen binnen je vakgebied. Dat geeft een constante stroom aan ideeën met visueel potentieel.

4. Fix je eerste frame

Volgens Youshaei begint de strijd om aandacht niet in de eerste drie seconden, maar op seconde nul. Het eerste frame moet meteen duidelijk maken waar een video over gaat. Zijn vraag: begrijp je het idee van de video al uit dat eerste beeld? Als dat niet zo is, is het idee vaak nog niet scherp genoeg.

Hij adviseert daarom:

  • Maak het format meteen zichtbaar in beeld
  • Gebruik fysieke objecten om het idee duidelijk te maken
  • Zorg dat kijkers direct snappen wat er gaat gebeuren

In een tijd waarin alles digitaal wordt, pleit hij juist voor analoge elementen zoals prints, kaarten of objecten. Die maken een format sneller begrijpelijk.

5. Zoek naar 'outliers' in jouw niche

Een van zijn belangrijkste groeistrategieën is het zoeken naar zogenaamde outliers: video's die veel beter presteren dan je op basis van het kanaal zou verwachten. Niet alleen kijken naar populaire video's, maar naar video's die extreem veel views hebben in verhouding tot het aantal abonnees van een kanaal.

Zijn methode:

  • Zoek op YouTube met één tot drie woorden rond je onderwerp
  • Sorteer op 'view count'
  • Zet de filter op 'any time'
  • Bekijk daarna hoeveel abonnees het kanaal heeft

Zo ontdek je formats of onderwerpen die uitzonderlijk goed werken. Dat noemt hij het 'second mover advantage'. Je hoeft niet de eerste te zijn. Je moet goed kijken wat werkt en dat slim aanpassen aan je eigen niche. Belangrijk daarbij: kopieer niet letterlijk. Hij noemt het zelf 'copy with taste'.

6. Geef je content één woord

Youshaei raadt makers aan om hun content terug te brengen tot één kernwoord. Dat woord werkt als filter voor alle ideeën. Voor zijn eigen kanaal is dat woord 'masterclass'.

Zijn team stelt bij elk idee dezelfde vragen:

  • Voelt dit als een creators-masterclass of als een gesprek zonder inhoud?
  • Gaan kijkers tips opschrijven tijdens het kijken?
  • Kunnen ze het meteen toepassen?

Als het antwoord nee is, maken ze de video niet. Volgens Youshaei helpt zo'n woord om focus te houden. Het voorkomt dat een kanaal alle kanten op schiet en maakt duidelijk waar je publiek voor komt.

7. Clip je video voordat een ander het doet

We leven volgens Youshaei in het tijdperk van clipping. Lange video's leveren korte clips op die weer verkeer terugbrengen naar het origineel. Zijn advies: knip zelf de beste momenten uit je content voordat anderen dat doen.

De reden:

  • Clips op je eigen kanaal sturen makkelijker door naar je langere video
  • Clips op andere accounts leveren bereik op, maar minder terugkerend verkeer

Hij raadt daarom aan om lange content actief op te knippen in shorts of reels en die bewust te gebruiken om verkeer naar het origineel te sturen.

8. Wees meer Mozart dan Monet

Aan het einde van zijn sessie komt Youshaei terug op zijn eigen perfectionisme. In zijn eerste jaar als fulltime YouTuber plaatste hij maar zes video's omdat hij bleef sleutelen aan details. Dat veranderde toen hij besefte dat grote makers vaak niet succesvoller zijn omdat ze perfecter werken, maar omdat ze meer publiceren.

Hij verwijst naar Mozart, die honderden composities maakte. Veel daarvan zijn vergeten, maar de meesterwerken bleven over. Zijn conclusie: wachten op perfectie remt creativiteit. Zoals hij het zelf zegt: "Perfectionism is procrastination in disguise."

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga

Wat zou jij een walvis vragen? Of je kat? Dankzij AI is die vraag niet zo gek als het lijkt

Door: Gerson Veenstra

"Misschien kunnen we binnenkort wel met katten praten." Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik dat zinnetje de afgelopen dagen al meerdere keren heb gehoord. En zeg nou zelf: hoe fijn zou het zijn als je niet langer hoeft te gokken wat het beest bedoelt als het weer eens luid miauwend voor je staat? In deze sessie hoop ik erachter te komen hoe snel we zover zijn. 

Maar eerst walvissen. Wie de film 'Finding Nemo' heeft gezien, kent ongetwijfeld de scène waarin Dory walvistaal blijkt te kunnen als ze de weg naar Sidney zoeken. En nou is dat nog een vis, maar kun je je voorstellen dat wij dat als mensen kunnen? Wat zou je een walvis vragen? Als ik de titel van de sessie mag geloven, is dat binnenkort mogelijk. Dankzij AI uiteraard. 

Niet óf, maar hoe dichtbij het is

In deze sessie spreekt Nathan Lump, hoofdredacteur van National Geographic, met David Gruber. Gruber is oprichter van Project CETI, een groot onderzoeksproject dat de communicatie van potvissen probeert te ontcijferen. De grote stelling van de sessie is opvallend direct. Op de vraag of we op het punt staan om met walvissen te communiceren, antwoordt Gruber zonder aarzelen: "Ja."

Dat klinkt eerst nog als een grote belofte. Zeker omdat het begin van de sessie veel tijd neemt voor het verhaal achter het project, de samenstelling van het team en de fascinatie voor walvissen. Interessant, maar pas later wordt het echt scherp. Vanaf het moment dat Lump vraagt hoe het onderzoek werkt, komt de kern boven tafel: hoe dichtbij zijn we echt en wat hebben walvissen - en wij - daaraan?

AI vertaalt nog niets, maar legt wel de basis

Gruber maakt duidelijk dat Project CETI nog niet op het punt staat waarop een mens een gesprek voert met een walvis alsof het een vertaalapp is. Het team bouwt eerst aan iets veel fundamentelers: een systeem dat leert herkennen welke geluiden bij welk gedrag horen.

Daarvoor legt het project een enorme database aan van potvisgeluiden. Onderzoekers volgen walvissen in drie dimensies, meten hoe diep ze duiken, kijken met welke familieleden ze samen zijn en koppelen dat aan hun klikgeluiden. Die aanpak levert veel meer data op dan vroeger. Waar onderzoekers eerst met moeite losse opnames verzamelden, gaat het nu om miljoenen datapunten.

De grote stap zit niet alleen in het verzamelen van data, maar in het leggen van verbanden. Gruber zegt dat het team inmiddels een eerste 'whale language model' heeft gebouwd: een taalmodel voor walvissen. Op basis van geluiden voorspelt dat model al gedrag, zoals een duik. Dat lijkt misschien nog bescheiden, maar het is juist een cruciale stap. Taal gaat niet alleen over klanken, maar ook over betekenis in context.

Zijn vergelijking met baby’s helpt. Mensen leren taal ook niet via een woordenboek. Eerst horen ze klanken, dan koppelen ze die aan situaties, en pas later aan abstracte betekenis. Project CETI pakt de taal van walvissen op een vergelijkbare manier aan.

De eerste betekenis is in beeld

Het meest concrete nieuws uit de sessie: het team heeft volgens Gruber inmiddels een eerste symbool 'gegrond'. In gewone taal: ze hebben een geluid gekoppeld aan een duidelijke betekenis. Dat is 'laten we duiken'.

Dat is belangrijk, omdat hiermee voor het eerst iets zichtbaar wordt van echte betekenis, en niet alleen van patroonherkenning. Gruber zegt ook dat het team in de komende jaren twintig extra symbolen wil koppelen aan gedrag of situatie. Dat klinkt klein, maar in dit onderzoek is het juist groot. Eén betekenis die stevig vaststaat, weegt zwaarder dan honderd wilde aannames.

Ook inhoudelijk schuift het beeld van walvissen op. Het onderzoek laat volgens Gruber zien dat potvissen meer structuur in hun communicatie hebben dan eerder gedacht. Niet een paar vaste klikjes, maar een systeem met meer variatie en opbouw. Hij zegt zelfs dat potvissen dichter bij mensen komen dan welke andere onderzochte diersoort ook, als het gaat om die taalkundige complexiteit.

Dat maakt de kernvraag van de sessie ineens minder sciencefictionachtig. Praten met walvissen voelt nog ver weg als volledig gesprek, maar de eerste echte vertaalslagen liggen al op tafel.

Waarom juist walvissen?

Gruber geeft daar twee antwoorden op. Het eerste is bijna emotioneel. Walvissen spreken tot de verbeelding. Ze leven voor de meeste mensen buiten beeld, maar juist daardoor ook in een soort droomwereld. Ze zijn groot, mysterieus en geladen met verhalen.

Het tweede antwoord is wetenschappelijk. Potvissen leven in hechte familiegroepen met meerdere generaties tegelijk. Ze hebben dus veel sociaal contact, veel kennisoverdracht en veel reden om te communiceren. Hun geluiden hebben bovendien meer structuur dan lang werd gedacht. Dat maakt ze interessant voor taalkundigen en AI-onderzoekers.

Er zit ook nog iets anders onder. Gruber zegt dat dit project niet draait om menselijke nieuwsgierigheid alleen. Het team probeert steeds dezelfde vraag te stellen: helpt dit de walvis? "We vragen ons steeds af: is dit werk in het voordeel van de walvis?" zegt hij. "Als we daar geen ja op kunnen antwoorden, waarom doen we het dan?"

Dat is misschien wel het belangrijkste morele anker van de sessie. De technologie staat niet centraal. De relatie staat centraal.

Wat hebben wij eraan?

Dat antwoord zit vooral in hoe we naar dieren en natuur kijken. Gruber hoopt dat deze technologie mensen dichter bij de levende wereld brengt, juist in een tijd waarin klimaatverandering en natuurverlies voor veel mensen abstract blijven. Hij beschrijft dit onderzoek bijna als een laatste harde pass richting de eindzone: een poging om onze blik net op tijd te kantelen.

De gedachte is simpel. Zodra een dier niet langer alleen een dier is, maar een wezen met een eigen sociale wereld, eigen keuzes en misschien zelfs iets dat op taal lijkt, verandert ook de manier waarop mensen waarde toekennen. Dat gebeurde eerder ook bij walvissen. Lump en Gruber halen aan hoe opnames van bultruggen in de vorige eeuw hielpen om de Save the Whales-beweging op gang te brengen. Begrip leidde daar niet alleen tot bewondering, maar ook tot bescherming.

Als deze stap verder gaat, raakt dat dus niet alleen de wetenschap. Het raakt ook natuurbeleid, dierenrechten en de vraag hoeveel ruimte wij andere soorten geven.

Wat heeft de walvis eraan?

Dat is misschien nog interessanter. Want een gesprek met een walvis is alleen zinvol als het geen trucje voor mensen wordt.

Gruber benadrukt dat Project CETI geen commercieel product bouwt. Het project wil juist voorkomen dat dit soort technologie in de eerste plaats iets van ons wordt. Daarom werkt het team ook aan ethische richtlijnen. Er zijn volgens hem andere groepen die sneller bewegen, maar minder zorgvuldig. CETI probeert juist af te remmen waar nodig en regels af te spreken voordat de techniek verder gaat.

Dat maakt de sessie sterker. De vraag is niet alleen: wat kunnen we technisch? De vraag is ook: hoe gaan we om met een dier zodra we een stukje van zijn taal begrijpen? Luisteren we dan echt? Of gebruiken we die kennis weer vooral voor onszelf?

Dus: praten we binnenkort met walvissen?

Na deze sessie is het eerlijke antwoord: deels, maar nog niet zoals in films.

Nee, we staan niet op het punt om morgen een open vraag aan een walvis te stellen en een netjes vertaald antwoord terug te krijgen. Maar ja, de eerste bouwstenen liggen er wel degelijk. Onderzoekers herkennen patronen, koppelen geluid aan gedrag en hebben minstens één betekenis in beeld. Dat is veel meer dan alleen luisteren naar mysterieuze klikjes.

Voor dieren in het algemeen opent dit ook iets groters. Als deze aanpak werkt bij potvissen, dan verschuift de grens. Dan gaat het niet meer alleen over walvissen, maar over de mogelijkheid dat menselijke taal niet de enige vorm van rijke communicatie is die we ooit echt leren begrijpen.

Deze sessie deed me heel erg denken aan de film 'Arrival'. In de film landen 12 buitenaardse objecten en is de uitdaging uit te zoeken hoe ermee gecommuniceerd kan worden. De taalbarrière verdwijnt. Daar zijn meerdere sprekers het mee eens tijdens deze SXSW. Niet alleen tussen mensen, maar misschien dus ook wel tussen mensen en dieren. 

En wat ik een walvis zou vragen? Of je inderdaad kunt overleven als je wordt opgeslokt door een walvis. En leuk weetje: deze sessie was me vooraf in het schema niet echt opgevallen. Maar omdat de sessie werd genoemd in het openingspraatje van SXSW, werd ik toch nieuwsgierig. Ook dat is SXSW: dat je af en toe verrast wordt. 

Verantwoording: dit verslag is een combinatie van zelf geschreven tekst en tekst van ChatGPT op basis van het transcript van de sessie. Hier kun je lezen hoe ik te werk ga